ECLI:NL:RBALK:2006:AY5333
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.F.B. van Zutphen
- G.D.M. Hoedemaker
- M.E. Francke
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit exploitatie prostitutie
De rechtbank Alkmaar behandelde op 26 juli 2006 de ontnemingsvordering tegen verdachte, die was veroordeeld voor vrouwenhandel en exploitatie van prostitutie. De ontnemingsvordering betrof het voordeel dat verdachte had verkregen uit deze illegale activiteiten over de periode van 23 juni 2002 tot 18 januari 2005.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd op de eigen verklaring van verdachte over zijn netto maandelijkse inkomsten van gemiddeld €1.500,-, een bedrag dat de rechtbank redelijk achtte gelet op verklaringen van betrokkenen en het bewijs uit proces-verbalen. Diverse verklaringen van slachtoffers, getuigen en opsporingsambtenaren bevestigden dat in de woning van verdachte meerdere kamers waren ingericht voor massages en prostitutie.
De rechtbank verwierp het verweer van verdachte dat het inkomen mogelijk lager was, omdat verdachte voldoende tijd had gehad om een andere berekening te overleggen maar dit niet had gedaan. Gezien het bewijs en de verklaringen stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €46.500,- en legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Alkmaar, waarbij drie rechters het vonnis ondertekenden. De zaak benadrukt de toepassing van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €46.500 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.