ECLI:NL:RBALK:2006:AY4183
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid maximering maatman op 38 uur in Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Eiser betwistte de wijziging in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten per 1 oktober 2004, waarbij de urenomvang van de maatman werd gemaximeerd op 38 uur, terwijl hij voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid 65 uur per week werkte. Verweerder had de WAZ-uitkering van eiser ingetrokken op grond van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%, gebaseerd op deze maximering.
De rechtbank oordeelde dat de maximering van de maatman op 38 uur niet binnen de grenzen van de delegatiebevoegdheid van artikel 2, zevende lid, van de WAZ valt. Dit omdat de maximering afwijkt van de strekking van de wet, die een verzekering tegen het reële verlies aan verdiencapaciteit beoogt. De maximering leidt ertoe dat het verlies aan inkomsten door uren boven 38 per week buiten beschouwing wordt gelaten, wat onverenigbaar is met de definitie van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 6 september 2005. De WAZ-uitkering wordt ongewijzigd voortgezet met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de niet betaalde uitkering vanaf 7 november 2005.
De uitspraak benadrukt dat de delegatiebevoegdheid niet toereikend is om een dergelijke maximering te rechtvaardigen en dat de lagere regeling het karakter van de WAZ als inkomensverzekering niet mag ondermijnen. Dit arrest bevestigt de noodzaak van een reële en maatschappelijke benadering bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De maximering van de maatman op 38 uur in het Schattingsbesluit is onverbindend, het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt voortgezet met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.