ECLI:NL:RBALK:2006:AX9675
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over onterecht bezit OV-kaart na beëindiging studie
Eiseres stond ingeschreven voor een voltijdse opleiding aan de hogeschool Inholland. Haar inschrijving werd met terugwerkende kracht per 1 februari 2005 beëindigd. Verweerster stelde dat eiseres haar OV-kaart uiterlijk vijf werkdagen na die datum had moeten inleveren, wat niet gebeurde. Daarom werd een bedrag van €136,- opgelegd wegens onterecht bezit van de kaart.
Eiseres voerde aan dat zij haar kaart pas na bekendwording van de examenuitslagen had ingeleverd, omdat zij de uitslag wilde afwachten om te bepalen of zij haar studie zou voortzetten. Zij verwees naar een regeling die het afwachten van uitslagen met behoud van de OV-kaart mogelijk maakt. De rechtbank oordeelde dat artikel 4.10, derde lid, van de Regeling studiefinanciering 2000, waarop deze regeling berust, onverbindend is omdat het verder gaat dan de wettelijke bevoegdheid.
Desondanks concludeerde de rechtbank dat verweerster niet had onderzocht of eiseres het niet tijdig inleveren van de kaart kon worden toegerekend, wat een schending van het zorgvuldigheidsvereiste inhoudt. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerster opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsvereiste en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.