ECLI:NL:RBALK:2006:AX4049
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en immateriële schade bij uitvaartzorg afgewezen
Yarden Uitvaartzorg heeft de uitvaart van de vader van gedaagde verzorgd en hiervoor een bedrag van €1.672,59 in rekening gebracht. Naar aanleiding van klachten van gedaagde is overeengekomen dat slechts de helft van de vergoeding in rekening zou worden gebracht. Gedaagde erkent deze vaststellingsovereenkomst, maar wenst daarnaast een aparte vergoeding voor immateriële schade wegens onzorgvuldige behandeling van haar overleden vader.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst en dat de factuur in overeenstemming is met deze afspraak. Het beroep van gedaagde op vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen omdat de wet slechts beperkte mogelijkheden kent voor dergelijke schadevergoeding en de situatie van onzorgvuldige behandeling van een overledene hier niet onder valt (art. 6:106 BW Pro).
De vordering van Yarden tot betaling van €2.135,72, vermeerderd met contractuele rente en incassokosten, wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter R.C. Schlingemann en op 29 maart 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de uitvaartkosten met rente en incassokosten; vergoeding immateriële schade wordt afgewezen.