ECLI:NL:RBALK:2005:AU2362
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot verwijdering kotter uit havenligplaats
Verzoekers hebben bij de rechtbank Alkmaar een voorlopige voorziening gevraagd om een kotter te doen verwijderen van zijn ligplaats in de haven, vanwege vermeende overlast en strijdigheid met het bestemmingsplan. De kotter is in gebruik door een belanghebbende die werkzaamheden uitvoert en sinds 2002 de ligplaats gebruikt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat het gebruik van de ligplaats in strijd is met het bestemmingsplan en dat de mondeling verleende toestemming van verweerder niet rechtsgeldig was. Verweerder beraadt zich op een mogelijke vrijstelling en vergunningverlening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek tot verwijdering een ingrijpende maatregel is en dat er geen voldoende spoedeisend en zwaarwegend belang is om dit nu te gelasten. De hinder voor verzoekers wordt niet als objectief ernstig beoordeeld. Verweerder heeft toegezegd binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en legt geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot verwijdering van de kotter wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.