ECLI:NL:RBALK:2005:AU0075
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering werknemer na ziekte en beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer was sinds 1998 in dienst als interieurverzorgster en meldde zich in november 2004 ziek. Hoewel zij inmiddels hersteld was, verrichtte zij geen werkzaamheden meer voor de werkgever. De werkgever stelde dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid en dat de werknemer geen zin meer had om te werken, maar kon dit niet overtuigend bewijzen.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende controle had uitgeoefend op de arbeidsongeschiktheid en dat het voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder verdere juridische stappen door de werkgever de werknemer deed geloven dat haar diensten niet meer gewenst waren. Hierdoor moest het niet verrichten van werkzaamheden voor rekening van de werkgever komen.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van achterstallig salaris, nakoming van primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, vergoeding van ziektekostenpremies en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werden de proceskosten aan de werkgever opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van achterstallig loon en nakoming van arbeidsvoorwaarden.