ECLI:NL:RBALK:2005:AT9908
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Alkmaar onbevoegd in verzoek voorlopig getuigenverhoor octrooi-inbreuk
Op 19 april 2005 diende verzoekster een verzoek in bij de rechtbank Alkmaar voor het houden van een voorlopig getuigenverhoor om vast te stellen of verweerders inbreuk maken op haar Europees octrooi. Verweerders stelden dat de rechtbank Alkmaar niet bevoegd was, verwijzend naar de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag op grond van artikel 80 van Pro de Rijksoctrooiwet 1995.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 juni 2005 lichtten partijen hun standpunten toe. Verzoekster voerde aan dat de rechtbank Alkmaar bevoegd was omdat alle getuigen in dat arrondissement wonen en dat artikel 187 Rv Pro een keuzevrijheid biedt voor het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Verweerders betoogden dat de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag ook het voorlopige getuigenverhoor omvat.
De rechtbank oordeelde dat de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag op grond van artikel 80 ROW Pro 1995 niet alleen de relatieve maar ook de absolute bevoegdheid betreft. Dit betekent dat de rechtbank Alkmaar zich onbevoegd moet verklaren en het verzoek, evenals het voorwaardelijk tegenverzoek van verweerders, moet verwijzen naar de rechtbank Den Haag. Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor is immers gericht op het verkrijgen van informatie ter voorbereiding van een handhavingsvordering die exclusief bij de rechtbank Den Haag aanhangig kan worden gemaakt.
Uitkomst: Rechtbank Alkmaar verklaart zich onbevoegd en verwijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor naar de rechtbank Den Haag.