ECLI:NL:RBALK:2005:AT8841
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging onderhoudsplicht wegens arbeidsongeschiktheid na echtscheiding
De vrouw verzocht de rechtbank om verlenging van de onderhoudsplicht van de man tot haar levensonderhoud, gebaseerd op artikel 1:157 lid 5 BW Pro, nadat de wettelijke termijn van twaalf jaar na de echtscheiding was verstreken. De man verzette zich tegen dit verzoek, stellende dat de behoeftigheid van de vrouw voortkomt uit haar arbeidsongeschiktheid en dat zij aanspraak kan maken op een bijstandsuitkering.
De rechtbank stelde vast dat partijen in 1993 zijn gescheiden en dat de vrouw sinds 1999 arbeidsongeschikt is en een WAO-uitkering ontvangt. De onderhoudsbijdrage werd in 2003 vastgesteld vanwege haar arbeidsongeschiktheid, maar de wettelijke onderhoudsplicht eindigde in mei 2005. De vrouw diende tijdig een verzoek in tot verlenging van deze termijn.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw gedurende tien jaar na de echtscheiding in haar eigen levensonderhoud voorzag en dat de onderhoudsbijdrage slechts werd vastgesteld vanwege haar arbeidsongeschiktheid, een omstandigheid los van het huwelijk. Daarom kan niet worden geoordeeld dat het beëindigen van de onderhoudsplicht onredelijk is. Bovendien kan de vrouw een aanvullende bijstandsuitkering aanvragen als haar inkomen onder het bijstandsniveau daalt.
De rechtbank wees het verzoek tot verlenging van de onderhoudsplicht af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de onderhoudsplicht wordt afgewezen omdat de arbeidsongeschiktheid van de vrouw geen verband houdt met de huwelijksgerelateerde behoefte.