ECLI:NL:RBALK:2005:AT6210
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ingebruikneming hospice Den Helder
Verzoekers hebben bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om de ingebruikneming van het hospice aan een verbouwde woning in Den Helder te beletten. Dit verzoek kwam voort uit bezwaren tegen de bouw en het gebruik van het hospice, met name vanwege verwachte parkeeroverlast en verkeershinder.
De voorzieningenrechter overwoog dat de bouwvergunning was herroepen omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat er concreet uitzicht bestond op verlening van een vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Verweerder had aangegeven spoedig tot verlening van deze vrijstelling te kunnen overgaan en was bereid het gebruik van het hospice voorlopig te gedogen.
De voorzieningenrechter vond dat verzoekers geen zwaarwegende belangen hadden aangevoerd die het gebruik van het hospice konden verhinderen. De vermeende parkeeroverlast en de veranderingen aan het pand werden onvoldoende onderbouwd geacht. Daarentegen werd het maatschappelijk belang bij een spoedige ingebruikneming van het hospice als zwaarwegend erkend.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de ingebruikneming van het hospice wordt afgewezen.