ECLI:NL:RBALK:2005:AT0827
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarigen naar Spanje op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag
De Centrale Autoriteit verzocht de rechtbank om twee minderjarige kinderen terug te leiden naar Spanje op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980. De kinderen waren geboren respectievelijk in Nederland en Spanje en woonden met hun ouders in Spanje tot januari 2004, waarna de moeder met de kinderen naar Nederland vertrok.
De rechtbank onderzocht of de gewone verblijfplaats van de kinderen Spanje was, zoals vereist voor teruggeleiding onder artikel 3 van Pro het verdrag. De vader stelde dat Spanje de vaste verblijfplaats was, omdat het gezin daar woonde met de intentie zich definitief te vestigen. De moeder betwistte dit en voerde aan dat zij nooit de intentie hadden langer dan een jaar te blijven, geen baan hadden, de taal niet beheersten en geen maatschappelijke banden hadden opgebouwd.
De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een definitieve vestiging in Spanje. Gezien het korte verblijf, het ontbreken van werk, opleiding en maatschappelijke banden, werd geconcludeerd dat de gewone verblijfplaats van de kinderen niet Spanje was. Het verzoek tot teruggeleiding werd daarom afgewezen.
De rechtbank zag geen aanleiding om verder in te gaan op andere aangevoerde argumenten en sprak de beschikking uit in aanwezigheid van partijen en hun advocaten tijdens de zitting van 16 februari 2005.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarigen naar Spanje wordt afgewezen omdat hun gewone verblijfplaats niet in Spanje is.