ECLI:NL:RBALK:2005:AS8338
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- J.M. Vrakking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende bewijs ondeugdelijkheid vordering
In deze zaak vorderden eisers de opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde was gelegd wegens een geschil over een geldleningsovereenkomst uit 2001. Partijen hadden in 2004 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin finale kwijting werd verleend, maar gedaagde stelde dat deze kwijting afhankelijk was van een aanvullende 'sideletter' waarin eisers zich verplichtten mee te werken aan verhaal op een derde schuldenaar.
Eisers betwistten het bestaan van een dergelijke voorwaarde en stelden dat de vordering van gedaagde reeds was beëindigd door de vaststellingsovereenkomst. Gedaagde voerde aan dat het beslag gerechtvaardigd was omdat eisers hun toezeggingen niet nakwamen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet summierlijk was gebleken dat de vordering ondeugdelijk was en dat nader onderzoek naar de inhoud van de vermeende sideletter in deze kortgedingprocedure niet mogelijk was. Daarom werd de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen en werden eisers veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ondeugdelijkheid van de vordering.