ECLI:NL:RBALK:2004:AR5523
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling looptijd en omvang alimentatieverplichting na echtscheiding met toepassing Wet Limitering Alimentatie
De man verzocht de rechtbank om de alimentatieverplichting aan de vrouw te beëindigen of te verlagen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder gewijzigde behoefte en draagkracht. De vrouw, die parttime werkt en een invalidenparkeerkaart heeft, ontving een uitkering en heeft diverse woon- en zorgkosten. De man is vervroegd uitgetreden uit zijn dienstverband en ontvangt een jaarlijkse uitkering, aangevuld met parttime inkomsten.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw nog steeds behoefte heeft aan alimentatie en dat de man daartoe in staat is. De rechtbank overwoog dat de betaling van woonlasten door de man voorafgaand aan de alimentatiebetaling als een onderhoudsbijdrage moet worden beschouwd en meegeteld bij de looptijd van de alimentatieverplichting.
Op grond van artikel II lid 2 juncto lid 4 van de overgangsregeling van de Wet Limitering Alimentatie werd geoordeeld dat de alimentatieverplichting een looptijd van 15 jaar kent, ingaande op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, 6 december 1993, en derhalve niet eerder kan eindigen dan 6 december 2008.
De rechtbank wees het verzoek van de man af en verklaarde voor recht dat de overgangsregeling van toepassing is op zijn betalingsverplichting tot levensonderhoud van de vrouw.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot beëindiging of verlaging van de alimentatieverplichting wordt afgewezen; de alimentatieverplichting geldt voor een looptijd van 15 jaar conform de Wet Limitering Alimentatie.