ECLI:NL:RBALK:2004:AO8915
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudsbijdrage voor minderjarige en bijdrage levensonderhoud vrouw na beëindiging samenwonen
De vrouw verzocht de rechtbank om een bijdrage van €350 per maand voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind en een uitkering van €1.250 per maand voor haar levensonderhoud. De man betwistte dit en stelde dat hij slechts €134 per maand voor het kind zou moeten betalen.
Partijen zijn geregistreerd partners en zijn voornemens dit te ontbinden. De man woont tijdelijk weer in de gezamenlijke woning, terwijl de vrouw met het kind bij haar ouders verblijft in afwachting van een huurwoning. De vrouw heeft geen inkomsten uit arbeid en de man verdient als beroepsmilitair ongeveer €1.830 bruto per maand.
De rechtbank constateerde dat het verzoek in de huidige vorm geen wettelijke grondslag heeft zolang het partnerschap nog loopt, maar erkende het belang van de vrouw bij financiële bijdragen nu de man niet langer in gezinsverband samenleeft. Gezien de draagkracht van de man en de financiële situatie van partijen stelde de rechtbank de bijdrage voor het kind vast op €262 per maand en de voorlopige bijdrage voor de vrouw op €98 per maand.
De hogere bedragen die de vrouw aanvankelijk vorderde werden afgewezen. De rechtbank bepaalde dat de man deze bedragen bij vooruitbetaling moet voldoen.
Uitkomst: Man moet €262 per maand bijdragen voor het kind en €98 per maand als voorlopige bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw betalen.