ECLI:NL:RBALK:2003:AI1823
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders coöperatie voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting
In deze civiele procedure vordert eiser dat de rechtbank verklaart dat de bestuurders van een coöperatie hoofdelijk aansprakelijk zijn voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting die aan de coöperatie zijn opgelegd. De coöperatie hield zich bezig met het illegaal uitlenen van Poolse arbeidskrachten zonder de juiste vergunningen, wat leidde tot een belastingfraudezaak en naheffingsaanslagen van ruim 41 miljoen gulden.
Eiser baseert zijn vordering op artikel 36 lid 4 van Pro de Invorderingswet 1990, dat bestuurders aansprakelijk stelt indien het lichaam niet tijdig melding doet van betalingsonmacht. De bestuurders betwisten de aansprakelijkheid onder meer omdat zij zich niet bewust zouden zijn geweest van de betalingsverplichtingen en omdat niet alle bestuurders zijn aangesproken. De rechtbank oordeelt dat het niet dagvaarden van alle bestuurders geoorloofd is vanwege uiteenlopende verhaalsmogelijkheden en dat de fiscale procedure over de hoogte van de aanslagen niet afdoet aan de aansprakelijkheidsprocedure.
De rechtbank stelt vast dat de coöperatie als werkgever en inhoudingsplichtige moet worden aangemerkt en dat zij niet tijdig melding van betalingsonmacht heeft gedaan. De bestuurders [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] worden hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de belastingschulden, terwijl [gedaagde 2] wordt vrijgesteld wegens onvoldoende bewijs van beleidsbepaling. De vorderingen worden toegewezen, inclusief heffingsrente, invorderingsrente en kosten, en de kosten van het geding worden aan de verliezende partijen opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart drie bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting, met een vrijstelling voor één bestuurder.