ECLI:NL:RBALK:2003:AI0671
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Stichting Olympium niet-ontvankelijk in vorderingen tegen Stichting OVO inzake doorstart hoogbegaafdenonderwijs
Stichting Olympium vorderde in kort geding dat Stichting OVO een doorstart zou realiseren van de vwo-afdeling voor hoogbegaafden, Olympium, met ingang van het nieuwe schooljaar. Stichting OVO betwistte de vordering en stelde dat Stichting Olympium niet-ontvankelijk was omdat zij geen specifiek belang had bij de gevorderde voorzieningen en geen contractuele relatie met Stichting OVO.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen waarvoor Stichting Olympium opkomt te specifiek zijn en niet binnen haar algemene statutaire doelstellingen vallen. Bovendien was Stichting Olympium geen contractspartij en had zij geen formeel verzoek gedaan aan Stichting OVO. Hierdoor werd Stichting Olympium niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast merkte de voorzieningenrechter op dat, indien Stichting Olympium wel ontvankelijk zou zijn geweest, de vorderingen alsnog zouden zijn afgewezen wegens het ontbreken van juridische grondslag en de onuitvoerbaarheid van de gevorderde voorzieningen. De oorspronkelijke afdeling Olympium was per 1 augustus 2003 opgeheven en vervangen door een nieuw onderwijsconcept.
Tot slot werd Stichting Olympium veroordeeld in de proceskosten, begroot op 908 euro.
Uitkomst: Stichting Olympium wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.