ECLI:NL:RBALK:2003:AF9638
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. de Klerk
- R.F.B. van Zutphen
- A.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van medeplichtigheid aan moord en doodslag
De rechtbank Alkmaar behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan moord en doodslag op twee slachtoffers op of omstreeks 8 juni 1997 in de gemeente Bergen NH. De tenlastelegging betrof het opzettelijk toebrengen van gewelddadige handelingen en het achterlaten van de slachtoffers in een verlaten duinterrein, met dodelijke afloop.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de eerste tenlasteleggingen en een gevangenisstraf van vijf jaar voor de subsidiaire tenlastelegging onder 2. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. Met name de verklaringen van een belangrijke getuige die een Turks gesprek zou hebben verstaan, werden niet overtuigend geacht vanwege twijfel over haar taalvaardigheid en interpretatie.
De verklaringen van de ouders van een slachtoffer werden wel als juiste weergave van hun interpretatie erkend, maar de rechtbank twijfelde aan de betrouwbaarheid van de verklaring van verdachte zelf vanwege zijn matige taalbeheersing en emotionele toestand. Zelfs indien de feiten zoals omschreven zouden zijn vastgesteld, kon niet worden aangenomen dat verdachte medeplichtig was, omdat er geen rechtsplicht bestond om het misdrijf te voorkomen.
De rechtbank besloot verdachte vrij te spreken van alle tenlasteleggingen, de in beslag genomen voorwerpen terug te geven en het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. De verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van medeplichtigheid aan moord en doodslag.