ECLI:NL:RBALK:2003:AF3394
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoedingsrechten, afgifte inboedel en bijdrage huishoudkosten na echtscheiding
De rechtbank Alkmaar behandelde een zaak tussen een man en een vrouw die niet in gemeenschap van goederen waren gehuwd en recentelijk waren gescheiden. De man verzocht om afgifte van inboedelgoederen, een vergoeding voor deze goederen indien de vrouw deze onder zich hield, en een bijdrage van de vrouw in de kosten van de huishouding over een bepaalde periode.
De vrouw betwistte de afgifte van alle goederen en stelde dat zij mede had bijgedragen aan de aanschaf. De rechtbank stelde vast dat de man zijn verzoeken onvoldoende had gespecificeerd en onderbouwd, met name met betrekking tot de inboedelgoederen. Ook werd overwogen dat het verzoek tot verrekening van kosten van de huishouding achteraf niet redelijk was, mede omdat periodieke afrekening ontbrak.
Verder oordeelde de rechtbank dat het Nederlandse recht van toepassing was en dat de verzoeken als nevenvoorzieningen bij de echtscheiding konden worden behandeld. De rechtbank wees het verzoek tot vergoedingsrechten af omdat er geen gemeenschap van goederen bestond en de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verrekening op grond van redelijkheid en billijkheid aan de orde was.
Ten slotte wees de rechtbank ook het verzoek tot afgifte van de inboedelgoederen en de bijdrage in de kosten van de huishouding af. De man kreeg de gelegenheid om zijn verzoeken nader te specificeren en te onderbouwen, waarna de vrouw hierop kon reageren. De uitspraak werd gedaan door mr. E.J. van der Molen op 16 januari 2003.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot vergoedingsrechten en bijdrage in de kosten van huishouding af en houdt het verzoek tot afgifte van inboedelgoederen aan tot nadere specificatie.