ECLI:NL:RBALK:2002:AE9442
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Perk
- L.J. Saarloos
- S.M. Schothorst
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zaak doodslag Alkmaar 1996
De rechtbank Alkmaar behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk doden van een persoon door wurging in februari 1996. De tenlastelegging werd gewijzigd en de zaak omvatte onder meer de discussie over de rechtmatigheid van het verkrijgen van DNA-materiaal.
De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens onrechtmatige verkrijging van DNA en een schending van de procesorde. De rechtbank oordeelde dat het DNA-profiel op een mondstuk van een blaaspijp was verkregen zonder inbreuk op lichamelijke integriteit of privacy en dat verdachte sinds oktober 2000 als verdachte kon worden beschouwd. Ook werd het verweer van tunnelvisie en het zoekraken van een bloedbevattende beugel verworpen.
Uit het bewijs bleek dat het DNA van verdachte aanwezig was op een sigarettenpeuk en onder de nagels van het slachtoffer, maar de rechtbank vond dat dit onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte het slachtoffer heeft gedood. De aanwezigheid van meerdere klanten bij het slachtoffer en het ontbreken van een sluitend bewijs leidde tot vrijspraak en onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij het slachtoffer heeft gedood.