ECLI:NL:RBALK:2000:AA7887
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. Zijp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning bouw windmolenpark wegens onvoldoende spoedeisend belang
Op 12 oktober 1998 ontving de gemeente Wester-Koggenland een aanvraag voor vergunning voor de bouw van een windmolenpark met zeven turbines nabij Berkhout. De vergunning werd verleend met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO, een anticipatieprocedure die vrijstelling verleent bij spoedeisend belang.
Eisers, waaronder exploitanten van een nabijgelegen camping en een bewoner, maakten bezwaar tegen het besluit vanwege de visuele hinder en de ingrijpende verandering van het landschap. De rechtbank stelt vast dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en dat de omvangrijke planologische inbreuk en uitstraling een zorgvuldige belangenafweging vereisen.
Hoewel verweerder het belang van duurzame energie benadrukt, weegt de rechtbank dit algemene belang af tegen de grote landschappelijke impact en concludeert dat het spoedeisend belang onvoldoende is om de anticipatieprocedure toe te passen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening voor het windmolenpark wordt vernietigd wegens onvoldoende spoedeisend belang.