Conclusie
Nummer24/01759
Inleiding
medeplegen van poging tot doodslag” en (onder 2) “
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro c van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof heeft daarbij een aantal bijzondere voorwaarden gesteld. Verder heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en in verband daarmee de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tot slot bevat het arrest beslissingen op vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde straffen.
Het middel en de deelklachten
De bewezenverklaring en bewijsmotivering
op 15 oktober 2022 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, positie heeft ingenomen voor die [slachtoffer] en meermaals met geschoeide voet met kracht tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschopt terwijl die [slachtoffer] , al dan niet bewusteloos, op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”
“Bewijsvoering en bespreking van een bewijsverweer
De bespreking van het middel
de geweldshandelingen van de verdachte en de anderen deels gelijktijdig en deels zeer kort op elkaar volgend hebben plaatsgevonden, waarbij de verdachte en zijn mededaders het door de anderen op [slachtoffer] uitgeoefende geweld hebben gezien en zij konden profiteren van elkaars geweldshandelingen.” Het oordeel is gezien die onderbouwing niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Ook de tweede deelklacht faalt dus.