3.3Het hof heeft het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 117.971,28 en heeft daartoe onder meer overwogen (met weglating voetnoten):
“
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair verzocht dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene wordt geschat op een bedrag van € 22.010,00.
Ter onderbouwing heeft hij aangevoerd dat de betrokkene en [medebetrokkene] geen economische eenheid vormden. De berekening van het openbaar ministerie kan niet worden gevolgd. Uit het procesdossier en het vonnis in de strafzaak van 31 mei 2013 kan worden afgeleid wat de betrokkene en [medebetrokkene] hebben verdiend aan de uitbuiting van slachtoffers. Hiervoor moet worden gekeken naar de vorderingen van de benadeelde partijen die in de strafzaak zijn toegewezen, te weten: € 24.400,00 aan [naam 2] , €7.620,00 aan [naam 3] , € 10.000,00 aan [naam 4] en € 2.000,00 aan [naam 5] , in totaal € 44.020,00. Dit betekent dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene uitkomt op (44.020,00 / 2 =) € 22.010,00.
Subsidiair dient het bedrag aan legale inkomsten van [medebetrokkene] hoger te worden vastgesteld. De onderbouwing hiervoor is tweeledig. In de eerste plaats verdiende zij als topprostituee meer dan € 50,00 per klant en kan voor het (totaal) aantal klanten (per dag) niet worden uitgegaan van de inbeslaggenomen aantekeningen. In de tweede plaats heeft zij bedragen en sierraden van [naam 1] gekregen waar in het ontnemingsrapport ten onrechte geen acht op is geslagen.
Grondslag van de vordering
Het hof is van oordeel dat de betrokkene voordeel heeft verkregen door middel van of uit baten van de strafbare feiten waarvoor hij is veroordeeld (artikel 36e, tweede lid, Sr).
Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft het hof acht geslagen op de bevindingen uit het ontnemingsrapport en op hetgeen de advocaat-generaal en de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht.
Het hof gaat - evenals het ontnemingsrapport - wat betreft het bedrag dat de betrokkene en [medebetrokkene] aan contante opbrengsten hebben gegenereerd uit van in totaal
€ 332.510,00.
Dit bedrag is opgebouwd uit twee bedragen. Ten eerste het bedrag van € 331.490,00 dat is vermeld in onderstaande tabel uit het ontnemingsrapport. Hierbij gaat het om de contante stortingen op de bankrekening van de betrokkene in Nederland, de contante stortingen op de bankrekening van de betrokkene in Duitsland, de contante stortingen op de bankrekeningen van [medebetrokkene] en de money transfers, via Moneygram en Western Union. In deze tabel uit het ontnemingsrapport staat in welke jaren contante geldbedragen zijn gestort dan wel er een money transfer heeft plaatsgevonden.
Datum
Cont. storting Bankrek. [betrokkene] in Nederland
Cont. storting Bankrek. [betrokkene] in Duitsland
Cont. storting Bankrek. [medebetrokkene]
Money transfer Moneygram
Money transfer Western Union
Totaal
1/5/2008
--
€2.000,--
€ 82.300,--
--
€ 1.735,--
€ 86.035,--
2009
--
€ 4.700,--
€ 70.250,--
€ 216,--
€ 5.850,--
€ 81.016,--
2010
€ 19.621,--
--
€ 35.710,--
€ 588,--
€ 1.850,--
€ 57.769,--
2011
€ 1.880,--
--
€ 76.660,--
--
€ 9.957,--
€ 88.497,--
2012
€ 416,--
--
€ 9.890,--
--
€ 7.867,--
€ 18.173,--
Totaal
€ 331.490,--
Tevens was [medebetrokkene] op de dag van haar aanhouding nog in het bezit van € 1.020,00 aan contant geld.
Dit maakt dat het totale bedrag aan contante opbrengsten uitkomt op (331.490,00 + 1.020,00 =) €332.510,00.
De raadsman heeft deze contante stortingen op de bankrekeningen van de betrokkene en [medebetrokkene] niet betwist noch heeft hij betwist dat deze money transfers hebben plaatsgevonden. Dat [medebetrokkene] op de dag van haar aanhouding in het bezit was van een contant geldbedrag is evenmin door hem weersproken.
Legale inkomsten van [medebetrokkene]
Het hof gaat - evenals het ontnemingsrapport - wat betreft het bedrag dat [medebetrokkene] en de betrokkene aan legale inkomsten hebben gegenereerd uit van in totaal
€ 63.167,43.
[medebetrokkene] heeft legale inkomsten gehad uit prostitutiewerkzaamheden in Nederland. Voor een berekening van deze inkomsten worden de tijdens de doorzoeking in beslaggenomen aantekeningen van maart/april 2012 en 18 mei tot en met 3 november 2011 als uitgangspunt genomen. Uit de aantekeningen, die op het woonadres van [medebetrokkene] zijn aangetroffen, bleek dat [medebetrokkene] in 28 dagen 185 klanten (is gemiddeld 6,6 klanten per dag) heeft ontvangen en in de tweede periode in 14 dagen 39 klanten (is gemiddeld 2,8 klanten per dag) heeft ontvangen. Gezien het grote verschil in aantal klanten tussen beide periodes wordt een gemiddelde als aanname genomen, dus ((6,6 + 2,8) / 2 =) gemiddeld 4,7 (afgerond 5) klanten per dag. Tijdens de doorzoeking in de woning van [medebetrokkene] werden aantekeningen aangetroffen die van [naam 2] en [naam 3] bleken te zijn. Uit deze aantekeningen bleek het gemiddelde aantal klanten van [naam 2] en [naam 3] 5,4 klanten (14 dagen) en 7,3 klanten (71 dagen) per dag te zijn.
Voor [medebetrokkene] , [naam 2] en [naam 3] betekent dit een gemiddeld aantal van (4,7 + 5,4 + 7,3 =) 17,4 / 3 = 5,8 (afgerond 6) klanten per dag. Uitgaande van een verdienste van € 50,00 per klant betekent dit een bruto verdienste van (6 x 50.00 =) € 300,00 per dag. Aan de hand van deze aanwijzingen is een berekening gemaakt van het mogelijk door [medebetrokkene] verdiende geld als prostituee. Daartoe werd in de plaatsen [plaats] , [plaats] en [plaats] bij kamerverhuurbedrijven informatie betreffende de huur en de daaraan verbonden kosten van een kamer door [medebetrokkene] opgevraagd.
Uit de opgevraagde informatie bleek het volgende.
WERKZAAMHEDEN [medebetrokkene]
periode
plaats
Reisafstand vv
aantal dagen
hele dag
halve dag
Verdienste
per dag
bruto inkomen
kamerhuur
Persoonlijke verzorging
reiskosten vv
km X -,19
netto verd.
[a-straat]
2011
18/11
7/12
[plaats]
17
16
12
4
€ 300,00
€ 4.800,00
€ 2.940,00
€ 320,00
€ 51,68
€ 1.488,32
[b-straat]
Nega-tief
[plaats]
[c-straat]
2011
31 weken
[plaats]
124
186
186
€ 300,00
€ 55.800,00
€ 18.600,00
€ 3.720,00
€ 4.382,16
€ 29.097,84
2012
7
124
42
42
€ 300,00
€ 12.600,00
€ 4.200,00
€ 840,00
€ 989,52
€ 6.570,48
[d-straat]
2012
10-17/4
[plaats]
280
8
8
€ 300,00
€ 2.400,00
€ 1.040,00
€ 160,00
€ 425,60
€ 774,40
[e-straat]
[plaats]
2009-2011
17
207
207
€ 300,00
€ 62.100,00
€ 32.055,00
€ 4.140,00
€ 668,61
€ 25.236,39
Totaal
€ 63.167,43
Bij de weekhuur te [plaats] wordt ervan uitgegaan dat [medebetrokkene] 6 dagen per week werkt. Met persoonlijke verzorging per dag wordt bedoeld de uitgaven voor bijvoorbeeld kleding, make-up, condooms en glijmiddel ten behoeve van haar werkzaamheden als prostituee. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat deze kosten ongeveer € 20,00 per dag bedragen. Hierbij zijn ook de kosten van het eten en drinken tijdens haar werk mee verrekend.
Het hof is van oordeel dat aannemelijk is dat de totale legale inkomsten van [medebetrokkene] uitkomen op € 63.167,43 en zal dit bedrag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in aftrek brengen op de hiervoor genoemde contante opbrengsten.
Het verweer van de raadsman dat het bedrag aan legale inkomsten van [medebetrokkene] hoger moet worden vastgesteld, wordt verworpen. Het aantal dagen waarop [medebetrokkene] heeft gewerkt en het aantal klanten dat zij per dag heeft gehad, is gebaseerd op in haar eigen woning aangetroffen aantekeningen. De raadsman heeft onvoldoende onderbouwd waarom [medebetrokkene] als prostituee méér klanten heeft gehad dan uit haar eigen aantekeningen blijkt en/of méér heeft verdiend per klant dan het gebruikelijke tarief van € 50,00. Ook is onvoldoende onderbouwd dat [medebetrokkene] bedragen en sierraden van [naam 1] heeft gekregen.
Vorderingen benadeelde partijen
Het hof is van oordeel dat de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen in de strafzaak - voor zover het materiële schade betreft en deze schade voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten - in mindering moeten worden gebracht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het gaat hierbij om een bedrag van in totaal (22.400 + 9.000 + 2.000 =) € 33.400,00. De bewezenverklaarde feiten in de strafzaak zijn voorafgaand aan de wetswijziging van 1 januari 2014 gepleegd, waardoor de voorwaarde dat de vorderingen door de betrokkene moeten zijn voldaan nog niet van toepassing is. Dit betekent dat het gezamenlijke wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene en [medebetrokkene] uitkomt op
(269.342,57 - 33.400,00 =) € 235.942,57.
De betrokkene heeft met een ander, [medebetrokkene] , van strafbare feiten geprofiteerd. Aan het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt echter geen indicatie te ontlenen voor de verdeling van de opbrengst. De betrokkene heeft geen inzicht gegeven in de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel en ook overigens zijn er geen concrete aanknopingspunten voorhanden voor een afwijkende verdeelsleutel tussen de betrokkene en [medebetrokkene] dan op basis van gelijke verdeling. Dit zou slechts anders zijn indien de betrokkene aannemelijk zou hebben gemaakt dat feitelijk van een andere verdeling moet worden uitgegaan. Het hof zal daarom het totale wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen. Dit betekent dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel voor de betrokkene schat op (235.942,57/2 =) € 117.971,28”.