ECLI:NL:PHR:2026:243

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
25/00789
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens overlijden verdachte in bezit kinderpornografisch materiaal

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag dat de veroordeling van de verdachte wegens bezit van kinderpornografisch en dierenpornografisch materiaal bevestigde. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk.

Tijdens de procedure is gebleken dat de verdachte op 19 november 2025 is overleden, zoals blijkt uit een door de ambtenaar van de burgerlijke stand gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering.

De Hoge Raad concludeert dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraken van het gerechtshof en de rechtbank en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte, waardoor het recht tot strafvordering is vervallen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/00789
Zitting24 maart 2026
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Het cassatieberoep

1.1
Het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-001997-23) heeft bij arrest van 28 februari 2025 het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2023 bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan en de verdachte wegens 1. “het meermalen een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt” en 2. “een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren onder bijzondere voorwaarden, een en ander als nader bepaald in het arrest.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. P.L.G. Rens, advocaat in 's‑Gravenhage, heeft twee cassatiemiddelen voorgesteld.

2.Overlijden van de verdachte

2.1
Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [...] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 19 november 2025 overleden.
2.2
Daarom is volgens art. 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
2.3
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

3.Slotsom

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2023 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG