ECLI:NL:PHR:2025:528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen veroordeling voor verstoring openbare vergadering en lokaalvredebreuk bij demonstraties
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk verstoren van een geoorloofde openbare vergadering (art. 144 Sr Pro) en medeplegen van wederrechtelijk verblijf in een voor de openbare dienst bestemd lokaal (art. 139 Sr Pro) tijdens demonstraties in het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Tweede Kamer.
De verdachte voerde verweren aan dat de vervolging in strijd was met het demonstratierecht zoals beschermd door art. 10 en Pro 11 EVRM. Het hof oordeelde echter dat de vervolging en veroordeling niet disproportioneel waren, mede omdat de demonstraties de openbare orde en het democratisch proces verstoorden. De politie-ingrijpen en strafrechtelijke maatregelen werden als noodzakelijk en proportioneel beoordeeld.
De procureur-generaal stelt dat de klachten over de toepassing van art. 139 en Pro 144 Sr en de vermeende schending van het demonstratierecht falen. Ook het argument dat strafrechtelijke vervolging een ontoelaatbaar chilling effect zou hebben, wordt verworpen. De verwijdering en aanhouding van de verdachte uit de vergaderzaal en de daaropvolgende veroordeling zonder strafoplegging zijn volgens het hof niet disproportioneel.
De conclusie van de procureur-generaal is dat de middelen falen en dat er geen reden is voor vernietiging van het arrest van het hof. Daarmee wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling zonder strafoplegging blijft in stand.