ECLI:NL:PHR:2025:526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieverweer over demonstratierecht bij huisvredebreuk in ING Bank
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld door het gerechtshof Den Haag wegens huisvredebreuk in een besloten lokaal van een ING Bank-gebouw tijdens een demonstratie op 9 juli 2022. De verdachte werd veroordeeld zonder oplegging van straf of maatregel.
Het cassatieberoep richt zich op de verwerping van het verweer dat artikel 138 Sr Pro niet van toepassing zou zijn vanwege vermeende schending van het demonstratierecht zoals beschermd door artikel 11 EVRM Pro. Dit verweer werd in lijn met eerdere conclusies in vergelijkbare zaken afgewezen.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het middel faalt en dat er geen aanleiding is tot vernietiging van het arrest van het hof. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee de veroordeling wegens huisvredebreuk in stand blijft.
De zaak maakt deel uit van een serie van acht vergelijkbare zaken met betrekking tot demonstraties in ministeries en ING Bank-gebouwen, waarin dezelfde juridische overwegingen zijn toegepast.
De conclusie benadrukt de toepassing van artikel 138 Sr Pro en de afwijzing van het beroep op het demonstratierecht als grond voor ontslag van rechtsvervolging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens huisvredebreuk blijft in stand.