ECLI:NL:PHR:2025:526

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
11 mei 2025
Zaaknummer
24/01584
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SrArt. 10 EVRMArt. 11 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieverweer over demonstratierecht bij huisvredebreuk in ING Bank

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld door het gerechtshof Den Haag wegens huisvredebreuk in een besloten lokaal van een ING Bank-gebouw tijdens een demonstratie op 9 juli 2022. De verdachte werd veroordeeld zonder oplegging van straf of maatregel.

Het cassatieberoep richt zich op de verwerping van het verweer dat artikel 138 Sr Pro niet van toepassing zou zijn vanwege vermeende schending van het demonstratierecht zoals beschermd door artikel 11 EVRM Pro. Dit verweer werd in lijn met eerdere conclusies in vergelijkbare zaken afgewezen.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het middel faalt en dat er geen aanleiding is tot vernietiging van het arrest van het hof. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee de veroordeling wegens huisvredebreuk in stand blijft.

De zaak maakt deel uit van een serie van acht vergelijkbare zaken met betrekking tot demonstraties in ministeries en ING Bank-gebouwen, waarin dezelfde juridische overwegingen zijn toegepast.

De conclusie benadrukt de toepassing van artikel 138 Sr Pro en de afwijzing van het beroep op het demonstratierecht als grond voor ontslag van rechtsvervolging.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens huisvredebreuk blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/01584
Zitting13 mei 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 10 april 2024 (22-002296-22) door het gerechtshof Den Haag wegens “wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen” veroordeeld zonder oplegging van een straf of maatregel.
1.2
Deze zaak betreft één van de acht demonstratiezaken waarin ik vandaag concludeer. In al deze zaken heeft het gerechtshof Den Haag op dezelfde dag uitspraak gedaan. Het gaat in zes zaken over een demonstratie op 20 oktober 2020 in het toenmalige ministerie van Economische Zaken en Klimaat (24/01578, 24/01579, 24/01580, 24/01581, 24/01582 en 24/01583), waarvan één ook over een demonstratie op 11 juni 2019 in de Tweede Kamer (24/01578), en in twee zaken over demonstraties op 9 juli 2022 in gebouwen die in gebruik waren bij de ING Bank (24/01584 en 24/01632).
1.3
Namens de verdachte heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, in de voorliggende zaak één middel van cassatie voorgesteld.

2.Het middel

2.1
Het middel klaagt in de kern over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat art. 138 Sr Pro buiten toepassing moet blijven vanwege onverenigbaarheid van de vervolging met onder meer art. 10 en Pro 11 EVRM. Het middel is vergelijkbaar met dat in de zaak 24/01580.
2.2
Art. 138 lid 1 Sr Pro is opgenomen in Titel V van Boek 2 (“Misdrijven tegen de openbare orde”) en luidt:
“Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”
2.3
Het middel faalt. De redenen daarvoor staan in mijn conclusie van vandaag in de zaak 24/01580, ECLI:NL:PHR:2025:518.

3.Slotsom

3.1
Het middel faalt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
3.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG