ECLI:NL:PHR:2025:39
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens vermeend ontbreken grieven onterecht
Het gerechtshof Amsterdam verklaarde verdachte bij arrest van 16 februari 2023 niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 27 september 2022, omdat naar het oordeel van het hof geen grieven waren ingediend. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het hof ten onrechte van het ontbreken van grieven uitging.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt dat verdachte en zijn raadsman niet aanwezig waren, waarna het hof verstek verleende en de zaak behandelde. Na de zitting bleek echter dat de raadsman van verdachte tijdig, namelijk op 15 februari 2023, schriftelijke grieven had ingediend bij de Verkeerstoren van het hof, waarvan het hof en de advocaat-generaal niet op de hoogte waren tijdens de zitting.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat geen grieven waren ingediend en daardoor onterecht de niet-ontvankelijkverklaring heeft uitgesproken. Het middel van cassatie slaagt, en de Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.