ECLI:NL:PHR:2024:958
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in verzet tegen strafbeschikking na betaling boete
In deze zaak staat centraal de vraag of de verdachte niet-ontvankelijk verklaard mocht worden in het verzet tegen een strafbeschikking, omdat hij de opgelegde boete had betaald. Het hof Arnhem-Leeuwarden had geoordeeld dat door de betaling van de boete de bevoegdheid tot het doen van verzet was komen te vervallen, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De advocaat van de verdachte voerde aan dat dit oordeel onjuist was, mede omdat de betaling van de boete door een bewindvoerder was gedaan terwijl de verdachte onder bewind stond. De A-G concludeert dat het oordeel van het hof onjuiste rechtsopvattingen bevat en onbegrijpelijk is in het licht van de aangevoerde omstandigheden.
De conclusie van de A-G is dat het middel van cassatie slaagt, de bestreden uitspraak dient te worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.