Conclusie
1.Feiten
Rubriek IV Vermogensschade” en als clausule dat het inlooprisico is meeverzekerd (clausule AV008, hierna: de ‘clausule’). [2] Het polisblad vermeldt verder dat de inloop vanaf 31 juli 2013 is meeverzekerd.
ARTIKEL 1
2.Procesverloop
Eerste aanleg
claims madekarakter heeft, namelijk dat de polis dekking biedt voor aansprakelijkheid vestigende gebeurtenissen die voorafgaand aan de ingangsdatum van de polis hebben plaatsgevonden, maar tijdens de looptijd tot een concrete claim leiden, die voor de eerste maal tegen de verzekerde wordt ingesteld. De Gemeente voert aan dat artikel 2.6 van de polisvoorwaarden de dekking zoals die voortvloeit uit artikel 2.1 beperkt, omdat artikel 2.6 slechts die aanspraken of omstandigheden onder de dekking brengt die voortvloeien uit handelen of nalaten dat heeft plaatsgevonden vóór de ingangsdatum van de verzekering, maar ná de op het polisblad vermelde inloopdatum van 31 juli 2013. Artikel 2.6 dient daarom restrictief en in het voordeel van de verzekerde aan de hand van de Haviltex-maatstaf te worden uitgelegd. Volgens de Gemeente heeft artikel 2.6 enkel betrekking op feitelijk handelen en niet op onrechtmatige besluiten. Onrechtmatige besluitvorming is een met terugwerkende kracht juridische fictie en daarmee een atypisch geval van aansprakelijkheid. De term fout, gedefinieerd in artikel 1.9 Algemene voorwaarden, komt slechts terug in Rubriek IV Vermogensschade en is enkel voor die rubriek relevant. Bij gebreke van het overkoepelende begrip fout op andere plaatsen, moet worden afgeleid dat onder handelen en nalaten alleen feitelijk handelen en nalaten valt. Uit de overige inhoud van de polis volgt in lijn hiermee dat voor vernietigde besluitvorming steeds een daarop toegesneden regeling is getroffen, die in artikel 2.6 ontbreekt. De Gemeente behoefde daarom niet te verwachten dat de claim onder de uitsluiting zou vallen. Bovendien betreft het woord handelen in artikel 2.1 geen gedefinieerde term. Daarnaast is een significante dekkingslacune door een niet op onrechtmatige besluitvorming toegesneden polisbepaling die de inloopdekking aanzienlijk beperkt, niet een rechtsgevolg dat partijen snel zullen beogen, helemaal niet nu het nemen van besluiten een kerntaak van de Gemeente is. De Gemeente heeft nooit de intentie gehad dat de inloopdekking ook voor onrechtmatige besluitvorming zou gelden, zeker nu de daarvoor geldende termijn van twee jaar veel te kort zou zijn in het licht van het – ook bij Melior bekende – feit dat bestuursrechtelijke besluitvorming en procedures lang kunnen duren. Melior kan dat ook niet zo hebben begrepen, omdat zij wist dat de dekking voor vermogensschade op deze wijze uiterst beperkt zou worden. Het dekkingsbeperkende artikel 2.6 is in het onderhavige geval dan ook niet van toepassing, en de geclaimde schade wordt op grond van artikel 2.1 van de polisvoorwaarden gedekt, aldus de Gemeente.”
claims madekarakter (met dekking voor aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenissen die voorafgaand aan de ingangsdatum van de polis hebben plaatsgevonden, maar tijdens de looptijd tot een concrete claim leiden):
claims madeverzekering, maar om een verzekering waarin alle aanspraken die voortvloeien uit een handelen of nalaten dat heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de ingangsdatum buiten de dekking zouden vallen, met als optionele uitbreiding een beperkte dekking van het inlooprisico, althans dat Melior de in de aanbesteding gevraagde verzekering in deze zin mocht begrijpen en dat de Gemeente dit niet anders mocht verwachten.
onbeperkteinloop is overeengekomen, verworpen:
Het hof verwerpt het betoog van de Gemeente dat er een discrepantie bestaat tussen het reguliere aansprakelijkheidsrecht en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige besluiten waaruit een uitleg in andere zin volgt, althans dat de Gemeente dat mocht begrijpen en verwachten.
Zoals hiervoor overwogen, biedt de verzekering op grond van artikel 2.1 in combinatie met artikel 2.6, behoudens een overeengekomen inloopdekking, geen dekking voor handelen of nalaten vóór de ingangsdatum van de verzekering. Het begrip handelen of nalaten is gedefinieerd in artikel 1.11 en maakt geen onderscheid tussen feitelijk handelen en het nemen van overheidsbesluiten. Dat dit onderscheid wel wordt gemaakt in de definitie van het begrip fout in artikel 1.9 doet daaraan niet af. Artikel 2, dat ziet op de dekkingsomschrijving, is opgenomen onder “Algemene voorwaarden” en heeft betrekking op alle soorten schades. Daaronder is begrepen vermogensschade als vermeld in Rubriek IV. Gezien de dekkingsomschrijving in artikel 20.1 betreft Rubriek IV de aansprakelijkheid voor vermogensschade “als gevolg van een fout in de verzekerde hoedanigheid gemaakt”. Blijkens de definitie van het woord ‘fout’ in artikel 1.9 omvat de omschrijving in artikel 20.1 mede schade als gevolg van een onrechtmatig besluit. De door de gemeente genoemde artikelen 3.4, 22.4 en 22.7 kunnen evenmin tot de door de Gemeente bepleite uitleg leiden.
Dat het woord ‘handelt’ in artikel 2 geen Pro gedefinieerde term zou betreffen, maakt het voorgaande niet anders. Bovendien is ‘handelen of nalaten’ wel in artikel 1.11 gedefinieerd. Daar is expliciet vermeld dat dit een gedraging van verzekerde betreft waaruit een aanspraak voortvloeit en dat daarmee gelijk wordt gesteld een schadevoorval dat uitsluitend vanwege een aan verzekerde toebehorende hoedanigheid krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van verzekerde komt. Naar het oordeel van het hof heeft de Gemeente kunnen en moeten begrijpen dat onrechtmatige besluiten onder deze definitie vallen.
Al het voorgaande brengt mee dat, anders dan de Gemeente kennelijk meent, zelfs als bij de uitleg alleen acht wordt geslagen op objectieve factoren, waartoe behoren de tekst van de polis, gelezen in het licht van de polis als geheel, dat niet de conclusie kan dragen dat voor overheidsbesluiten een onbeperkte inloop is overeengekomen. Daarnaast merkt het hof op dat het ter zitting in hoger beroep voor het eerst door de Gemeente gevoerde betoog dat de inloopdekking ziet op binnen de organisatie zwevende aanspraken die bij het verkeerde loket zijn gemeld, te laat is aangevoerd en daarom buiten beschouwing zal blijven. Zelfs als de stelling tijdig naar voren zou zijn gebracht, zou zij zijn verworpen. De verzekering dient, mede gelet op de bewoordingen van artikel 2.1, artikel 2.6 en de clausule in onderlinge samenhang bezien, zo te worden uitgelegd dat de inloopdekking geen betrekking heeft op reeds bekende aanspraken die rondzwerven binnen de Gemeente. De Gemeente heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan Melior redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de polis niettemin in deze door de Gemeente bepleite zin zou moeten worden uitgelegd. De Gemeente mocht dat ook niet verwachten.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleiding
A-C”) en zijn gericht tegen rov. 4.6-4.9, 4.13 en 4.19. De drie onderdelen vallen weer uiteen in verschillende subonderdelen (1.2-1.14). Een tweetal subonderdelen kent op zijn beurt verschillende onderdelen (subonderdelen 1.8 en 1.11). Randnummer 1.1 (onder “
1. Uitleg Polisvoorwaarden met betrekking tot onrechtmatige besluitvorming”) bevat enkel een weergave van het uitlegoordeel van het hof dat in cassatie wordt bestreden (rov. 4.6-4.9, 4.13 en 4.19).
act committed, (ii)
loss occurrenceen (iii)
claims made. [9]
act committed-systeem is aansprakelijkheid van de verzekerde gedekt als de oorzaak van de schade ligt in de verzekerde periode. Is de verzekering tot een eind gekomen, maar vond de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis (de oorzaak) plaats gedurende de op het polisblad aangewezen periode, dan is er toch verzekeringsdekking.
loss occurrence-systeem is er verzekeringsdekking als de schade is ontstaan gedurende de periode waarvoor de verzekering dekking biedt. Is de schade terug te voeren op een aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die vóór de periode van dekking heeft plaatsgevonden, dan maakt dat niet uit.
claims made-systeem is bepalend of de vordering tot schadevergoeding door de verzekerde of diens verzekeraar is ontvangen binnen de contractsduur. Vreest de verzekerde voor aansprakelijkheid na een bepaalde gebeurtenis, dan kan hij in voorkomende gevallen een zogeheten omstandighedenmelding doen bij de verzekeraar. Komt het na afloop van de verzekering inderdaad nog tot een aansprakelijkheidsstelling, dan is er op basis van de omstandighedenmelding toch verzekeringsdekking (mits uiteraard aan alle voorwaarden daarvoor voldaan is).
act committed-verzekering dat het moment van de primaire besluiten overeenkomstig (onder meer) de clausule en artikel 2.6 van de polisvoorwaarden als ‘polistrigger’ geldt (het hof heeft in het bijzonder overwogen: de Gemeente heeft niet “
gevraagd om een zuivere claims made verzekering” (rov. 4.6; zie ook rov. 4.7-4.8 en 4.13)). Relevant voor dekking is dus of de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis – de oorzaak van schade – binnen de overeengekomen periode valt. Partijen zijn daarnaast een inloopdekking overeengekomen (rov. 3.6, 4.6-4.8 en 4.13): een aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die heeft plaatsgevonden ná de inloopdatum (maar vóór de ingangsdatum) is meeverzekerd, mits de schadevergoedingsaanspraak (althans de in de clausule en artikel 2.6 bedoelde omstandigheid) bij het aangaan van de verzekering bij de verzekeringnemer of de aansprakelijk gestelde verzekerde niet bekend was. Verder kan uit de door het hof vastgestelde feiten worden afgeleid dat de verzekering
tot op zekere hoogte(dus niet zuiver) ook een
claims madekarakter heeft, omdat artikel 2.1 van de polisvoorwaarden in het algemeen (en onder meer) als voorwaarden voor dekking stelt dat de aanspraak voor de eerste maal tegen de verzekerde is ingesteld tijdens de geldigheidsduur van de verzekering en tijdens deze geldigheidsduur van de verzekering voor de eerste maal schriftelijk bij de verzekeraar is aangemeld. [12]
onder de verzekering”)
Haviltex-maatstaf, alsmede bij de uitleg op basis van (voornamelijk) objectieve factoren, steeds (mede) betekenis toekomt aan de aannemelijkheid van de (rechts)gevolgen die een bepaalde uitleg van de (verzekerings)overeenkomst tot gevolg heeft. Bovendien zou het hof hebben miskend – mede in rov. 4.5, waarin het hof de
Haviltex-maatstaf heeft weergegeven – dat bij de uitleg (zowel op grond van de
Haviltex-maatstaf als op grond van objectieve factoren) steeds (mede) betekenis toekomt aan de aard en/of functie van de desbetreffende verzekering, evenals aan de daarop gebaseerde verwachtingen van de verzekerde, welke omstandigheden, in het geval van een aansprakelijkheidsverzekering, een ruime dekkingsomvang rechtvaardigen. Althans: het hof zou hebben miskend dat de aard en functie van een aansprakelijkheidsverzekering voor onrechtmatige besluiten een op de systematiek van het besluitenaansprakelijkheidsrecht aansluitende uitleg van de verzekering rechtvaardigen.
Haviltex-maatstaf van toepassing is (rov. 4.5). Vervolgens heeft het hof uitgebreid gemotiveerd waartoe toepassing van deze maatstaf in het onderhavige geval leidt (rov. 4.6-4.13). Uit deze gemotiveerde toepassing van de
Haviltex-maatstaf blijkt op begrijpelijke wijze welke (rechts)gevolgen van de verzekeringsovereenkomst in het onderhavige geval aannemelijk zijn. Ten overvloede vermeld ik dat de
Haviltex-maatstaf inderdaad van toepassing is op de uitleg van verzekeringsovereenkomsten. Als het gaat om bedingen uit een verzekeringsovereenkomst
waarover niet is onderhandeld door partijen, geldt een geobjectiveerde
Haviltex-maatstaf. [15] Bij deze geobjectiveerde
Haviltex-maatstaf komt bij de uitleg van een beding veel gewicht toe aan objectieve factoren, zoals de bewoordingen van het beding en (eventueel) van de rest van de overeenkomst. Het hof heeft terecht de (subjectieve)
Haviltex-maatstaf toegepast, omdat partijen hebben onderhandeld over de dekking van het inlooprisico (rov. 4.5).
Haviltex-maatstaf door het hof niet dat het hof de relevantie van de aard en functie van de verzekeringsovereenkomst (inclusief daarop te baseren verwachtingen) heeft miskend. Het hof heeft uitgebreid en begrijpelijk gemotiveerd waarom toepassing van deze maatstaf leidt tot het oordeel dat schade als gevolg van de primaire besluiten niet onder de dekking valt (rov. 4.6-4.13). Gezien deze motivering kan buiten beschouwing blijven of de aard en functie van een verzekering als de onderhavige in het algemeen een ruime dekkingsomvang rechtvaardigen: [16] het oordeel van het hof dat de primaire besluiten niet onder de dekking vallen, is hoe dan ook niet onjuist en/of onbegrijpelijk. Het hof heeft uitvoerig gemotiveerd wat partijen zijn overeengekomen, en de aard en functie van de verzekeringsovereenkomst (wat die in de opvatting van de Gemeente ook precies moge zijn) kunnen geen verandering in dit oordeel van het hof brengen. Bovendien heeft het hof niet onjuist en/of onbegrijpelijk geoordeeld (i) dat de stelling van de Gemeente dat er een discrepantie (ik begrijp: een verschil) bestaat tussen het reguliere aansprakelijkheidsrecht en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige besluiten die maakt dat van een uitleg in andere zin moet worden uitgegaan, moet worden verworpen (rov. 4.8 en 4.13), en (ii) dat de door de Gemeente gestelde dekkingslacune niet tot een ander oordeel dwingt (rov. 4.9 en 4.19). Dat de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenissen in het onderhavige geval onrechtmatige besluiten zijn, is op zich niet beslissend voor de uitleg van de verzekeringsovereenkomst. Er bestaat in elk geval geen rechtsregel die inhoudt dat bij onrechtmatige besluiten een verzekeringsovereenkomst (altijd) op een bepaalde wijze moet worden uitgelegd. Toepassing van de
Haviltex-maatstaf is beslissend, waarbij natuurlijk een rol kan spelen dat het om dekking (voor aansprakelijkheid) wegens een bepaald type onrechtmatige daad gaat.
Haviltex-maatstaf van toepassing is en heeft daarbij ook andere factoren dan objectieve factoren betrokken (wijze van totstandkoming en concrete verwachtingen). Slechts ten overvloede heeft het hof in rov. 4.8 geoordeeld dat een uitleg naar enkel objectieve maatstaven tot de door het hof gegeven uitleg leidt (“
zelfs als bij de uitleg alleen acht wordt geslagen op objectieve factoren”).
aanspraak(...)
voortvloeiend uit handelen en nalaten” ziet op het moment van het nemen van onrechtmatige besluiten tot onaannemelijke (rechts)gevolgen leidt, omdat (i) in die uitleg een gat in de dekking van de verzekering ontstaat voor onrechtmatige besluitvorming, voor zover het besluiten betreffen die zijn genomen vóór 31 juli 2013, omdat de Gemeente deze besluiten door het verstrijken van de (na)meldperiode niet langer kan (na)melden onder haar oude verzekering, maar deze besluiten – nu het risico reeds is verwezenlijkt – óók niet onder haar huidige verzekering zijn gedekt [17] en (ii) de Gemeente bij die uitleg – om dekking veilig te stellen – steeds ieder besluit aan de (nieuwe) verzekeraar zal moeten melden op een moment dat (nog) niet duidelijk is of het besluit eigenlijk wel onrechtmatig is of zal zijn (dat wordt immers pas duidelijk na het doorlopen van het bestuursrechtelijke traject), hetgeen voor reeds genomen besluiten bovendien niet meer kan worden gedaan, [18] terwijl (iii) deze (rechts)gevolgen zich niet zouden voordoen indien onrechtmatige besluitvorming niét onder handelen en nalaten wordt geschaard, maar steeds – conform het door artikel 1.9 van de polisvoorwaarden gemaakte onderscheid – als afzonderlijke categorie wordt beoordeeld, in welk verband het moment van het (onherroepelijk) vaststellen van de onrechtmatigheid van het desbetreffende besluit in het bestuursrechtelijke traject de
polistriggeris. [19] Het hof zou deze stellingen ten onrechte niet (kenbaar) hebben meegewogen bij de uitleg van de inhoud van de polisvoorwaarden, terwijl het oordeel van het hof in het licht van die stellingen niet voldoende zou zijn gemotiveerd. Die stellingen kunnen er immers toe leiden dat wél – in lijn met de tekst van artikel 1.9 van de polisvoorwaarden – een onderscheid moet worden gemaakt tussen onrechtmatige besluiten enerzijds en (onrechtmatige daad door een feitelijk) handelen en nalaten anderzijds, aldus subonderdeel 1.3.
nieuweovereenkomst die onder andere met de clausule en artikel 2.6 van de polisvoorwaarden duidelijk (ook) een
act committedkarakter en een daarmee samenhangende dekkingsperiode heeft, zoals het hof heeft uitgelegd in het bestreden arrest). Dat de Gemeente de primaire besluiten door het verstrijken van de (na)meldperiode (inmiddels) niet langer zou kunnen melden onder de oude overeenkomst is niet een essentiële stelling in verband met de uitleg van de dekkingsomvang van de nieuwe overeenkomst. Het oordeel van het hof is ook niet onbegrijpelijk in het licht van stelling (i).
claims madekarakter heeft (zie rov. 4.6-4.7 en randnummers 3.2-3.9 hiervoor). [20] Beantwoording van deze vraag is voor deze uitleg in de regel niet nodig. Voor het onderhavige geval gaat het niet om een essentiële stelling. [21] Het uitlegoordeel van het hof is begrijpelijk zoals het is gemotiveerd (rov. 4.6-4.13). Het hof heeft daarbij uitdrukkelijk het standpunt van de Gemeente verworpen dat er een discrepantie (ik begrijp: verschil) zou bestaan tussen het reguliere aansprakelijkheidsrecht en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige besluiten waaruit een uitleg in andere zin volgt (rov. 4.8 en 4.13). Dat een verzekerde voor het realiseren en/of waarborgen van dekking tijdig melding kan en/of moet doen, terwijl op het moment van de melding niet zeker is of een gebeurtenis daadwerkelijk aansprakelijkheidsvestigend is, kan overigens voor alle soorten aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenissen gelden, ook ander handelen of nalaten dan het nemen van een bestuursrechtelijk besluit (zie ook randnummers 3.2-3.9 hiervoor en 3.32 hierna). [22] De aanleiding voor het doen van een melding is ook niet zozeer de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis, maar (in de regel) het ontstaan van schade (waarvoor vergoeding wordt gevraagd). Ten overvloede vermeld ik nog dat het hof elders in zijn arrest heeft overwogen dat de Gemeente niet overtuigend heeft toegelicht dat de Gemeente geen tijdige omstandighedenmelding onder de oude verzekeringsovereenkomst kon doen (rov. 4.17). De Gemeente lijkt dus onder de oude verzekeringsovereenkomst overeengekomen te zijn dat de Gemeente een omstandighedenmelding had kunnen doen (zie over omstandighedenmeldingen randnummer 3.6 hiervoor). Dit zou juist onderstrepen dat de Gemeente met een omstandighedenmelding onder de oude verzekeringsovereenkomst dekking had kunnen verwezenlijken voor eventuele (toekomstige) schadevergoedingsvorderingen op grond van tijdens het aangaan van de nieuwe verzekeringsovereenkomst reeds bestaande en bekende omstandigheden, en dat dus juist was beoogd dat de nieuwe verzekeringsovereenkomst (de onderhavige) hiervoor geen dekking zou bieden. Dit zou overigens niet als gevolg hoeven hebben dat ieder bestuursrechtelijk besluit voor de zekerheid zou (moeten) worden medegedeeld. De Gemeente zou bijvoorbeeld alleen besluiten hebben kunnen melden die zijn bestreden in een (lopende) bestuursrechtelijke procedure.
specifiek in rov. 4.9aandacht te besteden aan stellingen (ii) en (iii). Het bestreden arrest is in ieder geval niet onbegrijpelijk in het licht van deze stellingen. Zie nog randnummer 3.17 hiervoor.
in artikel 1.9 van de polisvoorwaarden(definitiebepaling voor het begrip ‘fout’) geen eigen categorie vormen en/of dat het hof dit niet bij zijn beoordeling heeft betrokken, gaat het uit van een verkeerde lezing van het bestreden arrest (rov. 4.5-4.13). Het hof heeft immers onderkend en meegewogen dat
dit artikeleen onderscheid maakt tussen bestuursrechtelijke besluiten en feitelijk handelen of nalaten. Zie met name rov. 4.8 en 4.13. Vervolgens heeft het hof onderzocht of er een inhoudelijk verschil in dekking bestaat tussen bestuursrechtelijke besluiten en feitelijk handelen of nalaten. Het hof heeft in de kern geoordeeld dat de clausule (zie randnummers 1.5-1.6 hiervoor) en artikel 1.4, artikel 2.1 en artikel 2.6 van de polisvoorwaarden – bepalingen die de inhoud van de dekking regelen – geen onderscheid maken tussen bestuursrechtelijke besluiten en feitelijk handelen of nalaten (rov. 4.8 en 4.13). Onder meer daarom is geen sprake van een onbeperkte inloop voor bestuursrechtelijke besluiten. [30] Dit oordeel is zoals het is gemotiveerd begrijpelijk. Van belang is onder meer dat de relevante passages uit deze bepalingen het begrip ‘fout’ uit artikel 1.9 niet gebruiken (zie rov. 3.7). Deze passages gaan uit van het begrip “
handelen of nalaten”, waaraan artikel 1.11 van de polisvoorwaarden een ruime betekenis geeft, zodat daaronder ook bestuursrechtelijke besluiten vallen (zie wederom rov. 4.8 en 4.13).
dat het in de relevante branche en/of markt gebruikelijk is dat voor bestuursrechtelijke besluiten een dekking met een onbeperkte inloop wordt overeengekomen. Sterker nog: het subonderdeel vermeldt in het geheel niet of de Gemeente in feitelijke instanties heeft gesteld
wat in de relevante branche en/of markt een gebruikelijke inhoud van een dekking voor bestuursrechtelijke besluiten is. Terzijde: het lijkt mij op voorhand niet aannemelijk dat een onbeperkte inloop voor bestuursrechtelijke besluiten in de relevante branche en/of markt gebruikelijk is, ook niet in het licht van “
het gegeven dat de onrechtmatigheid van een besluit pas na het nemen daarvan in het bestuursrechtelijke traject met terugwerkende kracht wordt vastgesteld” (subonderdeel 1.6). Voor aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenissen geldt in het algemeen dat in voorkomende gevallen pas na de datum van de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis blijkt of deze daadwerkelijk aansprakelijkheidsvestigend is. Daarvoor zal een juridisch advies en/of een rechterlijke beoordeling nodig kunnen zijn. Dat de onrechtmatigheid van bestuursrechtelijke besluiten (in beginsel) pas blijkt na een beoordeling door de bestuursrechter, [31] neemt niet weg dat een verzekeringspolis kan verplichten tot het doen van een melding vóórdat deze beoordeling door de bestuursrechter heeft plaatsgevonden. De (i) ingangs- en inloopdatum onder een verzekeringsovereenkomst en (ii) de termijn onder de verzekeringsovereenkomst voor het doen van een melding van een verwezenlijking van het risico moeten in het algemeen worden onderscheiden: in de regel zijn de
overeengekomeningangs- en inloopdatum onder een verzekeringsovereenkomst, in ieder geval wat betreft de onderhavige verzekeringsovereenkomst die geen zuiver
claims mademaar in wezen met onder meer artikel 2.6 van de polisvoorwaarden en de clausule (ook) een
act committedkarakter heeft (rov. 4.6-4.8 en 4.13, en randnummers 3.2-3.9 hiervoor), gebaseerd op de datum van het handelen of nalaten waaruit schade (en een aanspraak) voortvloeit, oftewel, de datum van de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis. Zie ook randnummer 3.17 (tweede gedachtestreepje) hiervoor. Ten slotte merk ik nog wel op dat het voorgaande onverlet laat dat de situatie bij een schadevergoedingsvordering naar aanleiding van bijvoorbeeld een ongeval kan verschillen van de situatie die geldt voor bestuursrechtelijke besluiten. Over het algemeen wordt een verzekerde na het veroorzaken van een ongeval vrij snel geconfronteerd met een schadevergoedingsvordering van het slachtoffer (die dan direct kan worden gemeld). Bij bestuursrechtelijke besluiten kan dit wellicht minder snel het geval zijn. Maar niet valt in te zien waarom dit zou leiden tot een uitzondering op het
act-committedkarakter van de onderhavige verzekeringsovereenkomst. Nogmaals, het hof heeft begrijpelijk geoordeeld dat de primaire besluiten ‘polistrigger’ zijn.
aanspraak(...)
voortvloeiend uit handelen of nalaten” een onderscheid moet worden gemaakt tussen aanspraken wegens onrechtmatige besluiten en wegens handelen en nalaten. Die oordeelsvorming zou onbegrijpelijk zijn, omdat het hof aldus bij de beoordeling van die argumenten van de Gemeente reeds tot uitgangspunt heeft genomen dat de verzekering (enkel) het oog heeft op (het moment van) handelen en nalaten (
subonderdeel 1.8.1).
subonderdeel 1.8.2).
subonderdeel 1.8.3).
subonderdeel 1.8.4).
subonderdeel 1.8aanvoert). Ik licht dit bij de afzonderlijke bespreking van subonderdelen 1.8.1-1.8.4 toe.
inloop- en/of ingangsmomentvan de dekking voor bestuursrechtelijke besluiten onbegrijpelijk of onjuist is.
beoordeling van het besluitdoor de bestuursrechter de eigenlijke aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis is of wordt. Zie nader randnummer 3.32 hiervoor.
ex nuncin de zin van art. 7:11 Awb Pro, de primaire besluiten in stand werden gelaten, terwijl de beslissing op bezwaar – door de (onherroepelijke) vernietiging door de Afdeling – [betrokkenen] een aanspraak op schadevergoeding geeft, zoals de Gemeente ook heeft aangevoerd. [50] De verzekering zou in de eigen uitleg van het hof van artikelen 1.4, 2.1, 2.6 en 20.1 in combinatie met artikel 1.9 van de polisvoorwaarden in ieder geval wél dekking bieden voor een aanspraak op grond van de beslissing op bezwaar, nu de beslissing op bezwaar na 31 juli 2013 is genomen en dus kwalificeert als een aanspraak die voortvloeit uit handelen of nalaten gedurende de inloopdekking van de verzekering (het nemen van de beslissing op bezwaar) respectievelijk als fout in verzekerde hoedanigheid gemaakt in de zin van artikel 20.1 in combinatie met artikel 1.9 van de polisvoorwaarden (
subonderdeel 1.11.1);
subonderdeel 1.11.2);
Haviltex-maatstaf als bij een objectieve uitleg kunnen zien op de door de benadeelde van de verzekerde gevorderde (monetaire) schadevergoeding, en niét op de specifieke door hem aangevoerde (juridische) grondslag van de aansprakelijkheid van de verzekerde. De beslissing op bezwaar heeft de schade mede (enkel) veroorzaakt en daarvoor biedt de verzekering in de uitleg van het hof van artikelen 1.4, 2.1, 2.6 en 20.1 in combinatie met artikel 1.9 van de polisvoorwaarden dekking, aldus het subonderdeel. Het hof zou in het licht van het voorgaande in ieder geval bij zijn uitlegoordeel van het begrip aanspraak ten onrechte niet op voldoende gemotiveerde wijze zijn ingegaan op het door de Gemeente gevoerde betoog dat de aanspraak van [betrokkenen] voortvloeit uit de beslissing op bezwaar, [51] waaruit zou volgen dat de Gemeente wél meent dat dat begrip ziet op de schadevergoedingsaanspraak en niet op de door de benadeelde in zijn vordering jegens de verzekerde aangevoerde grondslag daarvoor (
subonderdeel 1.11.3).
primaire besluitenonrechtmatig geacht en (dus) ten grondslag gelegd aan hun schadevergoedingsvordering, althans deze (feitelijke) uitleg door het hof van de aangevoerde grondslag van de schadevergoedingsvordering van [betrokkenen] (in rov. 4.13) wordt door de Gemeente in cassatie niet bestreden. [53] Sterker nog: het hof heeft in cassatie onbestreden geoordeeld dat de Gemeente “
onvoldoende” heeft “
weersproken” dat [betrokkenen] (het nemen van) de
primaire besluitenten grondslag hebben gelegd aan hun schadevergoedingsvordering. [54]
vernietigingvan de beslissing op bezwaar door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als ‘polistrigger’ heeft aangemerkt (rov. 4.12-4.13). Deze uitleg van de stellingen van de Gemeente is in cassatie ook niet bestreden, zodat ook van deze uitleg moet worden uitgegaan. [55]
dekking zou biedenvoor een aanspraak op grond van de (eerste) beslissing op bezwaar.
al dan niet terechte aanspraken van derdentegenover de Gemeente, zoals het hof in rov. 4.7-4.8 en 4.13 gemotiveerd heeft vastgesteld op basis van (onder meer) de bepalingen van de polisvoorwaarden, waaronder artikel 1.4. In het verlengde hiervan heeft het hof in rov. 4.13 begrijpelijk geoordeeld: “
Mede gelet op artikel 1.4 en de reeds gegeven uitleg van de omvang van de dekking, is krachtens de verzekering doorslaggevend uit welk handelen of nalaten van de Gemeente de claim van [betrokkenen] voortvloeit. Hierbij is mede van belang welk handelen of nalaten [betrokkenen] aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd.” Dit oordeel is tevens een begrijpelijke verwerping van het standpunt van de Gemeente dat de vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de ‘polistrigger’ is (ik herhaal dat deze uitleg van het standpunt van de Gemeente in rov. 4.12 in cassatie onbestreden is). Dat deze vernietiging een handelen of nalaten van de Gemeente of een schadevoorval dat uitsluitend vanwege een aan de Gemeente toebehorende hoedanigheid voor rekening van de Gemeente komt, zou zijn, valt immers niet goed in te zien (zie rov. 4.7-4.8 en 4.13, onder meer met verwijzing naar artikel 1.4 en artikel 1.11 van de polisvoorwaarden).
Mede gelet op artikel 1.4 en de reeds gegeven uitleg van de omvang van de dekking, is krachtens de verzekering doorslaggevend uit welk handelen of nalaten van de Gemeente de claim van [betrokkenen] voortvloeit. Hierbij is mede van belang welk handelen of nalaten [betrokkenen] aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd.” Zie voorts de eerste zin van rov. 4.7, waarop het hof in rov. 4.13 heeft voortgebouwd. Als gezegd, ik acht dit gemotiveerde oordeel begrijpelijk. [57] Artikel 1.4 van de polisvoorwaarden vermeldt expliciet dat onder een aanspraak moet worden verstaan: “
Eenal dan niet terechte tegen verzekerde ingestelde aanspraaktot vergoeding van schade,voortvloeiend uit een handelen of nalaten.” (onderstreping door mij,
A-G). En artikel 1.11 van de polisvoorwaarden vermeldt expliciet dat onder handelen of nalaten moet worden verstaan: “
Een gedragingvan verzekerdewaaruit een aanspraak voortvloeit” (onderstreping door mij,
A-G). De clausule en artikel 2.6 van de polisvoorwaarden sluiten voor wat betreft het inloop- en/of ingangsmoment van de dekking bij deze begrippen aan. Doorslaggevend is dus het moment van handelen of nalaten waaruit een aanspraak voortvloeit, zoals het hof ook gemotiveerd heeft geoordeeld. Voor zover het subonderdeel aanvoert dat deze motivering ontbreekt, mist het dus feitelijke grondslag.
de vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Statein feitelijke instanties als ‘polistrigger’ aangemerkt en het hof heeft dit betoog begrijpelijk verworpen. [58]
mede van belang” geacht (rov. 4.13).