Conclusie
Nummer22/02232
Inleiding
Het procesverloop
inhoudelijkebehandeling van de beide zaken.
toelichting rolzitting innovatiekamer” (hierna: de toelichting bij de dagvaarding) van het hof als bijlage verstuurd. Deze toelichting houdt onder meer in dat gelet op de grote achterstanden bij het hof, er eventueel tot versnellingsafspraken gekomen kan worden zodat de zaak via een korte inhoudelijke behandeling tot een arrest zou kunnen komen. Voorts wordt erop gewezen dat wanneer niet tot een gezamenlijk standpunt gekomen wordt of het hof van oordeel is dat dit geen rechtvaardige uitkomst van de procedure oplevert, de zaak naar de rolzitting zal gaan om daar een inschatting te maken van de uiteindelijke inhoudelijke behandeltijd op een latere
inhoudelijketerechtzitting. Ook wordt erop gewezen dat de aanwezigheid van de verdachte op de rolzitting niet noodzakelijk is.
De verdachte genaamd:
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
onaangenaam verrast is” door de beslissing van het hof omdat hij ervan uit is gegaan dat de behandeling op de rolzitting van 24 mei 2022 geen doorgang zou vinden, dan wel zou worden aangehouden nu daar bij brief van 16 mei 2022 om was verzocht. Op 20 juni 2022 is namens de verdachte in beide zaken beroep in cassatie ingesteld.
Het hof heeft van de raadsman mr. Zilver een brief ontvangen d.d. 14 juni 2022 waarin wordt verzocht de niet-ontvankelijkverklaring in de betreffende procedures ongedaan te maken en te bepalen dat de behandeling daarvan zal plaatsvinden op een latere datum. Als bijlagen bij voornoemde brief is een brief van de raadsman bijgevoegd welke is voorzien van de datum 16 mei 2022 (bijlage 1), alsmede een e-mailbericht van de Verkeerstoren d.d. 18 maart 2022 (bijlage 2).
Het middel en de toelichting daarop
De beoordeling van het middel
inhoudelijketerechtzitting de zaken door de advocaat-generaal zullen worden voorgedragen en de verdachte op grond van artikel 416 lid 1 Sv Pro de gelegenheid zou hebben om haar bezwaren tegen de vonnissen op te geven. [1] Zoals eerder door de Hoge Raad is opgemerkt zet toepassing van artikel 416 lid 2 Sv Pro het bepaalde in het eerste lid van artikel 416 Sv Pro niet opzij. [2]