ECLI:NL:PHR:2024:872

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
31 augustus 2024
Zaaknummer
22/02274
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens medeplegen witwassen via bankrekening en pinpas

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens medeplegen van witwassen. Daarnaast werden twee schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld.

De advocaat van de verdachte voerde twee middelen aan: ten eerste een motiveringsklacht over de bewezenverklaring van medeplegen, stellende dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte handelde of een wezenlijke bijdrage leverde. Ten tweede werd geklaagd over de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl een taakstraf werd verzocht vanwege persoonlijke omstandigheden.

De procureur-generaal concludeerde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en pinpas een cruciale rol vervulde bij het witwassen van geld afkomstig uit WhatsApp-fraude. Ook de strafmotivering was begrijpelijk en voldoende gemotiveerd, waarbij het hof rekening hield met persoonlijke omstandigheden maar toch een vrijheidsstraf oplegde.

Ambtshalve werd opgemerkt dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar gezien de strafhoogte werd volstaan met deze constatering. Er werden geen andere gronden gevonden om het arrest te vernietigen. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot één maand gevangenisstraf wegens medeplegen van witwassen blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/02274

Zitting3 september 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

Inleiding

1. De verdachte is bij arrest van 16 juni 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens
"medeplegen van witwassen", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand. Daarnaast heeft het hof aan de verdachte twee schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. A. Darrazi, advocaat in Tilburg, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

Het eerste middel

3. Het eerste middel komt met een motiveringsklacht op tegen de bewezenverklaring van medeplegen. [1] Daartoe wordt aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte
“tezamen en in vereniging”handelde en dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat de verdachte door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en pinpas een wezenlijke bijdrage aan het witwassen heeft geleverd.
4. Uit de vijf door het hof gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte – voor het doorsluizen van geld dat werd verkregen door WhatsApp-fraude – zijn bankrekening en pinpas ter beschikking heeft gesteld aan anderen. Al het geld ging over zijn bankrekening. Uit die bewijsmiddelen heeft het hof m.i. kunnen afleiden dat de verdachte een cruciale rol heeft vervuld bij het verwerven, voorhanden hebben en omzetten van het geld. Het middel faalt.

Het tweede middel

5. Het tweede middel bevat de klacht dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand onbegrijpelijk althans ontoereikend gemotiveerd is, gelet op het verzoek van de verdediging om de verdachte vanwege persoonlijke omstandigheden een taakstraf op te leggen.
6. Ook dit middel faalt. In zijn strafmotivering heeft het hof op begrijpelijke wijze uiteengezet dat het heeft gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsmede dat en waarom het hof desondanks van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van één maand.

Slotsom

7. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
8. Ambtshalve merk ik op dat de redelijke termijn in cassatie is verstreken op 22 juni 2022. Gelet op de hoogte van de opgelegde straf kan worden volstaan met de constatering daarvan.
9. Andere ambtshalve gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Bewezen verklaard is dat “