Conclusie
Inleiding
Het cassatiemiddel
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen van het hof
1. Een proces-verbaal bevindingen onderzoek VIN Audi RS5 van 25 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-737, doorgenummerde pagina ZD05 0163.
9. De verklaring van [betrokkene 2] op 18 april 2019 in raadkamer bij de rechtbank. [1]
Bewijsoverweging
kwart voor 11 toch?” [betrokkene 3] antwoordt met: “
kwart voor 10”. Om 21:36 uur belt [betrokkene 3] naar de verdachte en vraagt hem: “
staat je chickie daar nu?” De verdachte antwoordt: “
nee man, wat voor auto hebben ze?”. [betrokkene 3] zegt vervolgens: “
alleen die wat ik tegen je zei die moet je daar zoeken. (...) Die nummer die ik tegen je zei (...) niet naar die chappie toelopen ofzo ja”. De verdachte antwoordt dan: “
nee, nee (...) ik ben wel sneaky geparkeerd je weet toch”.
we vertrekken nu vanaf hier”.
dit shit, hij valt uit steeds he. (...) Ik moest nel de vluchtstrook uit en aan doen. Als er wat gebeurt dan laat ik die ding gewoon achter he.” Hierop antwoordt [betrokkene 3]: “
ja (...) ga geen gekke riskies nemen.”
De bespreking van het middel
in de bewezenverklaring bedoeldeauto heeft verworven of voorhanden heeft gehad (cursivering door mij, A-G). Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte het in zijn verklaring slechts heeft over “de auto” en ook uit de overige bewijsmiddelen niet kan volgen dat met die auto wordt bedoeld de in de bewezenverklaring genoemde Audi RS5. Aldus is volgens de stellers van het middel sprake van “een gat in de bewijsvoering” zodat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
voorhandenheeft gehad.
niet wistdat de auto van diefstal afkomstig was. Uw hof ziet zich vandaag dan ook allereerst voor de vraag gesteld of er feiten en omstandigheden in dit dossier zijn waaruit blijkt dat cliënt dit wist.
Slotsom