Conclusie
Nummer22/00462 P
Inleiding
Het middel
De procesgang
De hoogte van het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel is niet reëel. Ik had mijn eigen geld van de verkoop van het hotel. Dat geld heb ik meegenomen naar Nederland. Mijn vrouw had ook geld van het hotel en eigen inkomsten. Met dat geld hebben we een hoop betaald.
De raadsman voert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotities.
Het voorwaardelijk verzoek van de raadsman om de zaak aan te houden, zodat de betrokkene naar Indonesië zou kunnen reizen om de stukken met betrekking tot de verkoop van het hotel te verkrijgen, wijst het hof af. Al op 30 november 2018 heeft de verdediging om een nadere termijn verzocht om dezelfde reden. Hoewel dat wel op haar weg had gelegen, heeft de verdediging in de afgelopen drie jaren geen enkele onderbouwing verschaft en geen nadere, concrete en verifieerbare feitelijke gegevens over het hotel en de verkoop daarvan kunnen verstrekken. Daarnaar gevraagd ter terechtzitting heeft de betrokkene na enig nadenken weliswaar nog wel een adres in Jogjakarta genoemd, maar op verdere vragen naar het hotel, de identiteit van de kopers, het verloop van de transactie en de precieze koopprijs heeft hij geen, althans slechts zeer vage antwoorden kunnen geven. Het hof acht het verzoek dan ook onvoldoende onderbouwd en ziet ook overigens geen enkele reden om de verdediging nog verder tegemoet te komen.”
De beoordeling van het middel
op verdere vragen naar het hotel, de identiteit van de kopers, het verloop van de transactie en de precieze koopprijs (…) geen, althans slechts zeer vage antwoorden [heeft] kunnen geven” onbegrijpelijk is, omdat de betrokkene (in de woorden van de steller van het middel) “
details [heeft] gegeven over o.a. het moment waarop het hotel is verkocht, het door hem verkregen, naar Nederland meegenomen deel van de verkoopopbrengst (EUR 90.000,-) en het adres en de naam van hotel.”