Conclusie
(het hof begrijpt: Albert Heijn)te wachten tot het Centraal Station
(het hof begrijpt: te Eindhoven)open zou gaan. Toen ik daar buiten zat, kwamen er twee zwarte mannen aan en zij spraken mij aan. Ze vroegen of alles goed was en wat ik aan het doen was. Ik zag dat de kleinere man met rasta haar aan het roken was en ik vroeg om een sigaret. Ik kreeg een sigaret en vroeg ook 4 euro aan hem voor een buskaart. Dat kreeg ik ook. Daarna vroeg ik nog een sigaret maar hij zei dat hij deze niet meer had, maar wel in zijn auto. Als ik er één wilde moest ik met hem meegaan. Zijn auto stond daar tegenover, bij het station, geparkeerd. Eerst zei ik ‘nee’ maar ze stonden erop dat ik toch mee zou gaan. Ze hebben me toch overgehaald en toen vertrok ik met hen naar de parkeerplek. Intussen vroeg ik ook aan hen of ik iemand mocht bellen. Ik mocht dat als we daar aan kwamen. Toen we
(het hof begrijpt: Centraal Station in Eindhoven )is een parkeerterrein. Daar is ook een klein bankje en daarna is het parkeerterrein en daar
(het hof begrijpt dat daarmee op de portierdeuren wordt gedoeld). Een oudere auto.
(het hof begrijpt: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ).
(het hof begrijpt: een observant van de Regionale Toezicht Ruimte te Eindhoven )omstreeks 04:53.00 uur inzoomt op een man en een vrouw welke zich bij een bankje op het Stationsplein bevinden. De man draagt een witte broek en een donkere jas en zit op een fiets. De vrouw draagt een zwarte capuchon met daaronder een zwarte pet, bruine jas, zwarte broek, zwarte rugzak en leunt tegen het bankje. Als de observant enkele seconden later, om 04:53:09 uitzoomt is te zien dat op de parkeerplaats een bordeaux roodkleurige personenauto staat geparkeerd. Te zien is dat de eerder genoemde en omschreven man met witte broek, welke om 04:45:54 uur in gezelschap van het slachtoffer naar de parkeerplaats loopt, naast de personenauto staat en bezig is om iemand de personenauto te duwen en tillen aan de passagierszijde van het voertuig. Vervolgens stapt deze man zelf ook in het voertuig. Dit duurt enige seconden waarop te zien is dat de eerder genoemde vrouw met zwarte capuchon naar de personenauto rent. Om 04:53:38 uur komt deze vrouw aan bij de auto en is te zien dat zij tracht het portier aan de passagierszijde open te doen. Om 04:53:51 uur rijdt de personenauto aan terwijl deze vrouw nog steeds bij het portier staat. Te zien is dat bij het wegrijden de betreffende portier openzwaait omdat de personenauto een bocht maakt in de richting van de uitgang van de parkeerplaats. Om 04:53:58 uur stopt de
(hof: 2017)omstreeks 13.00 uur gaf [slachtoffer] mij het telefoonnummer van haar vader. Het zou het nummer + [telefoonnummer 1] zijn. Met het toestel van een van de verdachten werd door [slachtoffer] ongeveer 2 minuten gebeld naar haar vader.
(hof: [plaats] ), alwaar ze lopend werd aangetroffen. Hierop hoorde ik [slachtoffer] zeggen dat ze dit herkent. Hierop beschreef ze verder de route en zei ze dat ze onderweg het straatnaambord ‘ [b-straat] ’ was tegengekomen.
(het hof begrijpt: 27 mei 2017)liepen wij naar de fietsenstalling naast het station. Toen we bij mijn fiets stonden, bleven we nog even staan kletsen en een sigaretje roken. Op een gegeven moment zag ik een personenauto op en neer gaan. Vervolgens hoorde ik plotseling een vrouw vanuit die auto heel erg hard gillen, echt heel erg hard. Het was niet dat zij woorden riep maar echt gegil. Ze gilde zo hard, het leek wel een speenvarken. Ik was op dat moment verstijfd en wist niet wat ik zag, het leek wel een film. Ik zag op een gegeven moment een negroïde man in die auto zitten, althans op het moment dat hij uit de auto leunde om het portier te sluiten. Verder zag ik een andere vrouw met een pet en hoodie op haar hoofd naar de auto rennen en aan het portier van de auto trekken. Ik zag en
(hethof begrijpt
, gelet op pagina 260 van het proces-verbaal, dat dit kenteken is: [kenteken]).
videobeelden (het hof begrijpt: Regionale Toezicht Ruimte-videobeelden)worden genoemd en omschreven. Genoemd proces-verbaal van bevindingen heeft als proces-verbaalnummer PL2100-201709519-
8 (het hof begrijpt: het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24juni 2017, pagina's 168-170).
(hof: proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2017, pagina’s 168-170)mij was ontgaan.
(het hof begrijpt telkens: [plaats] ).Wij betraden met schriftelijke toestemming van de [verdachte] diens woning gelegen aan de [e-straat 1] te [plaats] .
hof: pagina 161, op welke foto bij een rijtjeswoning, met daarvoor parkeervakken, een pijl is gezet, waarbij is vermeld [f-straat 1] , [plaats] , en bij een daarop om de hoek gelegen straat is vermeld [e-straat] , [plaats]).
hof: pagina 's 162-163, op welke foto ’s dit zichtbaar is. De bank betreft een hoekbank).
hof: pagina 164, waarop dit zichtbaar is).
(hof: 25 mei 2017, 22 juni 2017, 24 juni 2017, 26 juni 2017, 30 juni 2017, 2 juli 2017, 3 juli 2017 en 7 juli 2017),telefonisch contact is geweest tussen het bevraagde telefoonnummer [telefoonnummer 2] (het prepaid nummer) en het telefoonnummer van [verdachte] : [telefoonnummer 3] . Hierbij werd er door [verdachte] gebeld naar het voornoemde prepaid nummer.
(het hof begrijpt: te [plaats] ).
(hof: de woning van [verdachte] aan de [e-straat 1] te [plaats] , zie bewijsmiddel 11)waarin wij foto’s hebben genomen van de woning en het interieur. We willen jou die foto’s tonen.
18 (hof: pagina 's 159 en 160 met als bijlagen: foto I (pagina 161), foto 2 (pagina 162), foto 3 (pagina 163) en foto 4 (pagina 164)).
(hof: twee zwarte mannen)wel gevraagd of ik met hun telefoon mijn vader mocht bellen. Toen antwoordden zij dat ze wel konden helpen, maar dat hun telefoon in de auto lag.
opmerking raadsheer-commissaris: aan de getuige (het hof begrijpt: getuige [slachtoffer] ) wordt de foto getoond van de [verdachte]).
(hof: de langere man)ongeveer 10 minuten met de kleinere man. Daarop zei hij, de langere man, dat ik me uit moest kleden. Ik wilde dat niet. Daarop kwam hij dichterbij en schreeuwde en bedreigde mij en zei dat ik me moest uitkleden, Toen van al mijn huilen, viel ik weer terug op de bank en toen kwam hij dichterbij en bedreigde mij met zijn vuist en zei weer dat ik me moest uitkleden.
Algemene bewijsoverwegingen
Slotsom