ECLI:NL:PHR:2023:535
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diefstal buitenboordmotoren en medeplegen met vermindering taakstraf
De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor diefstal van 24 buitenboordmotoren en een schamelaanhangwagen uit een loods, gepleegd samen met een medeverdachte, waarbij gebruik is gemaakt van een valse sleutel. Het hof achtte bewezen dat de verdachte de goederen heeft weggenomen en dat sprake was van medeplegen. De verdediging voerde aan dat de schuld van de verdachte niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld, onder meer vanwege een alternatieve verklaring over zijn locatie en activiteiten op het moment van het delict, ondersteund door peil- en verkeersgegevens en getuigenverklaringen.
Het hof verwierp deze verweren en baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, telefoongegevens en een door de advocaat-generaal overgelegde tijdslijn. Het hof achtte het scenario van de verdediging niet aannemelijk en concludeerde dat de verdachte voldoende tijd had om de diefstal te plegen en daarna terug te keren naar zijn werk. Daarnaast oordeelde het hof dat sprake was van medeplegen vanwege de gezamenlijke planning en taakverdeling tussen verdachte en medeverdachte.
De verdediging klaagde in cassatie over de motivering van het hof, de toelating van bewijsmiddelen, en de afwijzing van een verzoek tot reconstructie. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn motivering voldoende had gegeven, dat de bewijsmiddelen correct waren toegelaten en dat het afwijzen van de reconstructie niet onbegrijpelijk was. Wel constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde taakstraf. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en beperkte deze tot de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De taakstraf is verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep voor het overige is verworpen.