ECLI:NL:PHR:2023:531

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
23 mei 2023
Zaaknummer
21/04836
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 134 lid 2 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens euthanasie van in beslag genomen hond na bijtincident

In deze zaak ging het om een Rottweiler die een kind had gebeten en daarop in beslag werd genomen. De klaagster, bestuurslid van Stichting Rottweiler Nederland, diende een klaagschrift in tegen het beslag en vorderde teruggave van de hond. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond vanwege het strafvorderlijk belang en de gedragsproblemen van de hond.

De klaagster stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. Tijdens de procedure werd de hond echter op verzoek van het openbaar ministerie en met machtiging van de officier van justitie geëuthanaseerd. Dit leidde ertoe dat het beslag volgens artikel 134 lid 2 Sv Pro eindigde, omdat het voorwerp (de hond) was vernietigd.

De procureur-generaal concludeerde daarom dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard, aangezien de klaagster geen belang meer had bij het beroep. Tevens werd opgemerkt dat de civiele rechter nog wel benaderd kan worden voor eventuele klachten over het uitblijven van teruggave. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hond is geëuthanaseerd en het beslag is beëindigd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/04836 B
Zitting23 mei 2023
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[klaagster] ,
hierna: de klaagster

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, heeft bij beschikking van 9 november 2021 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klaagster van de onder een ander ( [betrokkene 1] ) in beslag genomen Rottweiler (een reu, genaamd [naam] ) ongegrond verklaard.
1.2
Op 10 november 2021 is beroep in cassatie ingesteld namens de klaagster. J. Biemond, advocaat te Den Haag, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift. Het middel kan om de hierna te noemen reden buiten bespreking blijven.

2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Op 17 april 2021 heeft de onder 1.1 genoemde Rottweiler een negenjarig kind gebeten. De hond was ten tijde van het bijtincident door de Stichting Rottweiler Nederland, waarvan de klaagster bestuurslid is, door middel van een adoptieovereenkomst geplaatst bij [betrokkene 1] . De hond is naar aanleiding van dit incident nog dezelfde dag onder [betrokkene 1] in beslag genomen op grond van art. 94 Sv Pro.
2.2
Namens de klaagster is op 28 april 2021 een op art. 552a Sv gebaseerd klaagschrift ingediend, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave van de hond aan de klaagster. De rechtbank heeft dit beklag op 1 juni 2021 in een openbare raadkamerzitting behandeld. Bij beschikking van 15 juni 2021 heeft de rechtbank het beklag ongegrond verklaard, omdat het strafvorderlijk belang zich verzette tegen de opheffing van het beslag. De rechtbank stelde vast dat “de gedragstest bij de hond (…) nog niet (was) afgerond”. Kennelijk was dat bij de behandeling van het klaagschrift nog niet het geval, maar – zo leid ik af uit de hierna in randnr. 2.3 aangehaalde brief van de raadsman van de klaagster – veertien dagen later, op de dag dat de rechtbank haar beschikking uitspreekt, wel, want op die dag kondigt de officier van justitie aan dat hij voornemens is de hond te laten euthanaseren.
2.3
Bij brief van 24 juni 2021 is namens de klaagster bezwaar gemaakt tegen dit voornemen van de officier van justitie. In de brief is ook medegedeeld dat de klaagster een tegenonderzoek wil laten doen naar het gedrag van de hond. Deze brief is door de rechtbank (kennelijk) als een (nieuw) klaagschrift opgevat strekkende tot opheffing van het beslag en tot teruggave van de hond aan de klaagster. Bij beschikking van 9 november 2021 heeft de rechtbank ook dit tweede klaagschrift ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde opnieuw dat het strafvorderlijk belang zich tegen opheffing van het beslag verzette, ditmaal omdat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk achtte dat de strafrechter, later oordelend, de hond zou onttrekken aan het verkeer, omdat uit twee rapporten is gebleken dat “de gedragsproblemen (van de hond) ten opzichte van kinderen niet voor verbetering vatbaar zijn”. Tegen deze beslissing is op 10 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
2.4
Door de griffie van de Hoge Raad is bij het openbaar ministerie geïnformeerd naar de status van de in beslag genomen hond. In reactie hierop heeft de griffie een brief ontvangen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) van 12 november 2021 waarin het Arrondissementsparket Noord-Holland wordt geïnformeerd over “de uitvoering van de beslissing van uw parket” betreffende “de bestemming van 1 hond Rottweiler” in de zaak van “verdachte [betrokkene 1] ”. Uit dit bericht volgt dat de RVO de hond op 10 november 2021 heeft laten inslapen. Kennelijk heeft de officier van justitie de RVO verzocht uitvoering te geven aan zijn beslissing inhoudende dat de in beslag genomen hond diende te worden vernietigd en is daartoe een machtiging ex art. 117 Sv Pro verleend. [1]
2.5
Aangezien de hond op 10 november 2021 is geëuthanaseerd heeft de klaagster geen belang meer bij haar cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank en dient zij om die reden niet ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep. [2]
2.6
Volledigheidshalve merk ik nog op dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, bij vonnis van 18 januari 2022 in de strafzaak tegen de beslagene [betrokkene 1] onder meer de verbeurdverklaring van de hond heeft uitgesproken. In hoger beroep heeft het hof Amsterdam bij arrest van 24 januari 2023 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en onder andere bevolen dat de hond moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat het volgens het hof om een gevaarlijk dier gaat en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

3.Slotsom

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Uit op mijn verzoek ingewonnen inlichtingen is gebleken dat het openbaar ministerie niet in staat is gebleken genoemde machtiging te reproduceren. Uit informatie van het openbaar ministerie blijkt dat bij levende have niet de uitkomst van de cassatieprocedure wordt afgewacht. Argumenten daarvoor zijn het dierenwelzijn en besparing van kosten.
2.Ingevolge art. 134 lid Pro 2, onder c, Sv eindigt het beslag wanneer vaststaat dat een in beslag genomen voorwerp is vernietigd op grond van een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv Pro en het voorwerp niet om baat is vervreemd. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad betekent dit dat dan geen beklag als bedoeld in art. 552a Sv meer kan worden gedaan. Ook over het uitblijven van een last tot teruggave van een inmiddels vernietigd voorwerp kan uit hoofde van art. 552a Sv niet meer worden geklaagd. Wel staat in dat geval de weg naar de civiele rechter open. Zie hierover uitgebreider mijn conclusie van 4 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:377.