ECLI:NL:PHR:2023:531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens euthanasie van in beslag genomen hond na bijtincident
In deze zaak ging het om een Rottweiler die een kind had gebeten en daarop in beslag werd genomen. De klaagster, bestuurslid van Stichting Rottweiler Nederland, diende een klaagschrift in tegen het beslag en vorderde teruggave van de hond. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond vanwege het strafvorderlijk belang en de gedragsproblemen van de hond.
De klaagster stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. Tijdens de procedure werd de hond echter op verzoek van het openbaar ministerie en met machtiging van de officier van justitie geëuthanaseerd. Dit leidde ertoe dat het beslag volgens artikel 134 lid 2 Sv Pro eindigde, omdat het voorwerp (de hond) was vernietigd.
De procureur-generaal concludeerde daarom dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard, aangezien de klaagster geen belang meer had bij het beroep. Tevens werd opgemerkt dat de civiele rechter nog wel benaderd kan worden voor eventuele klachten over het uitblijven van teruggave. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hond is geëuthanaseerd en het beslag is beëindigd.