ECLI:NL:PHR:2022:982
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs ondanks buitenlands rijbewijs
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het rijden met een ongeldig verklaard Nederlands rijbewijs. Hij voerde verweer dat hij in het bezit was van een geldig Bosnisch rijbewijs en daarom mocht rijden. Zowel rechtbank als hof achtten dit verweer irrelevant en bevestigden de veroordeling.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad besprak of het beschikken over een buitenlands rijbewijs strafuitsluitend is onder art. 9 lid 2 WVW Pro 1994. Uit grammaticale en systematische interpretatie volgt dat strafbaarheid niet wordt uitgesloten door het bezit van een alternatief buitenlands rijbewijs. Het woord "een" in de wetstekst verwijst naar één ongeldig verklaard rijbewijs, ongeacht andere rijbewijzen.
De ratio van de wet is verkeersveiligheid te beschermen door te voorkomen dat personen die onvoldoende rijvaardig zijn, alsnog rijden via een buitenlands rijbewijs. Het cassatieberoep faalt en de conclusie is tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere veroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs ondanks het bezit van een buitenlands rijbewijs.