ECLI:NL:PHR:2022:979
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeling van adhesive voor tandheelkundig gebruik in Gecombineerde Nomenclatuur
Deze zaak betreft de tariefindeling van producten, genaamd adhesive, gebruikt voor het bevestigen van brackets op tanden in orthodontie. Belanghebbende stelde dat deze producten onder postonderverdeling 3006 40 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) moesten worden ingedeeld als tandcement, terwijl de Inspecteur en Staatssecretaris van Financiën de producten classificeerden onder post 3506 10 00, die lijmen omvat.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat producten die uit meerdere componenten bestaan als assortimenten moeten worden gezien, waarbij het wezenlijke karakter wordt bepaald door de adhesive. Zij concludeerden dat de adhesive niet als product voor tandvulling kan worden aangemerkt en daarom niet onder post 3006 40 00 valt. Het Hof verwierp ook het gebruik van bestemming als indelingscriterium omdat de adhesive volgens hen onder post 3506 kan worden ingedeeld.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van de algemene indelingsregel 3a en de betekenis van tandcement. Ook betoogde zij dat de therapeutische of profylactische eigenschappen van de adhesive tot indeling onder hoofdstuk 30 GN zouden moeten leiden. De A-G concludeert dat de adhesive niet wordt gebruikt als product voor tandvulling, maar voor het bevestigen van brackets, en adviseert de Hoge Raad het beroep ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de adhesive wordt ingedeeld onder post 3506 10 00 van de GN.