Conclusie
1.Feiten
Overwegende dat:
Dit lezende wordt ik nog meer boos en misselijk moet ook weer denken aan de komodovaraan(...)
ik ben niet bang van je maar wil orthocenter nu dit gelezen te hebben nog een kans maken laat je het mij sterk bepalen en netjes handelen en geen smoutige opzetjes meer want anders rollen we hard over straat(…)”; [5]
als hij door gaat met mij te naaien en Smallbite te vernietigen zet ik hem op de kaart(…)”; [6]
Kijk [betrokkene 1] ,Je bent nu bekend bij FTM[Follow the Money, A-G]
en dat heb je liever niet jou kennende(...)
Mijn bedrijf droom en werk maak je niet verder kapot en er wordt gestopt met manipuleren en chantage ik heb je op alle manieren getracht te bewegen en er komt een moment dat het een gevecht wordt en dat moeten andere middelen ingezet(...)”; [7]
Ik zou er niet mee spotten [betrokkene 1]mijn God wordt heel erg boos als je moedwillig de lijdende mens van genezen afhoud en dat doe jijheel hardvochtig [betrokkene 1]niet jou mensen maar jij als despoot op jou zaakhoogst persoonlijk(...)
de speechschrijver van onze huidige Minister-president(…)
zal in chique intellectueel Nederlands het verhaal op schrift stellen dat Orthocenter nee eigenlijk [betrokkene 1] Smallbite(...)
en [eiser] moedwillig heeft lopen kapot maken en daar plezier aan beleefde.(...)
En ook dat jij met je arrogantie en superioriteitsgevoelens maar niet beseft dat alle tandartsen artsen verwijzers overheid ect ook kunnen gaan vernemen in de media wat hier nu werkelijk gaande is.(...)
Want mijn bescheiden indruk is dat je of evel bent of waanzinnig incompetent ziek kan ook nog(...)”; [8] en
Het falen met Smallbite is slecht alleen aan jou toe te schrijvenomdat jeziekbent(...)
Er is met jou niet te werkenop geen enkele manier en kan niet lukken. De reden hiervoor is dat de directeur van Orthocentergeestes ziekis(...)
Jou machtswellustige foute handelen machtsmisbruik pathologische bedriegen, diefstal, manipuleren(…)
verdraaien van wat waar is en kapot maken van mensen overal ook je heenis 1 op 1 bij de geestesziekte NPS*die jij hebt(...)
Je bent een( bijna fatale) totale mislukking als mens en leider een vergissing(…)”. [9]
niet acceptabel is” en dat OCS “
cliënten geen andere keuze[laat]
dan hun rechten voortvloeiend uit de overeenkomst uit te oefenen”. [10] Vervolgens heeft [betrokkene 1] in een e-mail aan betrokkenen, onder wie [eiser] , laten weten dat “
de samenwerking met SmallBite en [eiser] beëindigd zal worden.” [11]
Maar Menneke, ik weet niet of jij verantwoordelijkheid voor je gezinnetje voelt, he maar uiteindelijk jaag je mensen tegen je in het harnas. en je bent aan het stelen met doe oude gek. Dus ik wil je even waarschuwen dat het gewoon totaal mis gaat lopen voor je.(…)”; [14]
Ik vind persoonlijk je wel een slecht en verdorven mens(...)
Voorlopig heb ik je wanstaltige gedragingen uit de publiciteit gehouden(…)”; [15]
mooi om te zien wat een varken die [betrokkene 1] is bah”; [16]
Wat ben jij een lage klootzak godverdomme kom over de brug.(...)
Enorme hufter ben je.(…)”; [17] en
wanneer begrijp jij [betrokkene 1] dat je een gore misdadiger bent”. [18]
2.Procesverloop
Eerste aanleg
Small Biteheeft het hof geoordeeld dat Small Bite is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, omdat (kort gezegd) de spaken van de afslankbeugel niet voldeden, Small Bite niet (binnen een redelijke termijn) met een bruikbaar alternatief is gekomen en zij intussen de samenwerking heeft gefrustreerd door het gedrag van haar bestuurder [eiser] (rov. 34.-47.). Small Bite heeft geen cassatieberoep ingesteld tegen het bestreden arrest, dus dit oordeel staat in cassatie vast.
[eiser]heeft het hof overwogen dat de rechtbank heeft geoordeeld dat niet alleen Small Bite, maar ook [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst en dat hij daarom hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade (rov. 48.). Het hof heeft geoordeeld dat van een tekortkoming van [eiser] evenwel geen sprake is:
3.Beoordeling van het middel in het principale cassatieberoep
onderdeel I).”
als bestuurder van Small Bite ernstig verwijtbaar” heeft gehandeld en daarom “
persoonlijk (hoofdelijk naast Small Bite)” aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die OCS heeft geleden. Dit woordgebruik – hoewel niet geheel juist; [26] de correcte terminologie bij bestuurdersaansprakelijkheid is dat de bestuurder “
persoonlijk een ernstig verwijt” kan worden gemaakt [27] – doet (sterk) vermoeden dat het hof bestuurdersaansprakelijkheid op het oog heeft gehad.
onrechtmatige daad” hoofdelijk aansprakelijk kan worden gehouden voor de door OCS geleden schade als [eiser] niet op basis van wanprestatie kan worden aangesproken. Het hof heeft daarbij in een voetnoot (voetnoot 2) verwezen naar de memorie van antwoord van OCS, onder IX.14. Daar heeft OCS het volgende gesteld:
nietaan de orde is. Toen [eiser] in zijn memorie van grieven betoogde dat (ook) voor bestuurdersaansprakelijkheid geen grond is, [29] heeft OCS in reactie daarop gesteld dat OCS het standpunt van [eiser] niet kan volgen, nu de rechtbank in het geheel niet van bestuurdersaansprakelijkheid rept. [30] Bij deze stand van zaken ligt het niet direct voor de hand dat het hof zijn oordeel tóch op bestuurdersaansprakelijkheid heeft gegrond. Dit zou het hof dan onder – stilzwijgende (?) – aanvulling van de rechtsgronden moeten hebben gedaan en zonder partijen eerst de gelegenheid te hebben geboden om zich alsnog over die grondslag uit te laten. Een dergelijke gang van zaken ligt niet direct voor de hand.
ernstig verwijtbaar” handelen van [eiser] . Daaruit blijkt wat mij betreft onvoldoende (duidelijk) dat het hof heeft onderzocht of [eiser] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Small Bite persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, hetgeen een vereiste is voor bestuurdersaansprakelijkheid.
als bestuurder van Small Biteen tussen zijn handelen in een
andere hoedanigheid. [34] Het hof is ervan uitgegaan dat [eiser] handelde bij zijn taakvervulling als bestuurder van Small Bite. Dit staat met zoveel woorden in rov. 50.: “
heeft hiermee als bestuurder van Small Bite…”. Het kan ook worden afgeleid uit rov. 45. en 47., waarin het hof heeft geconcludeerd dat de samenwerking “
door het gedrag van haar bestuurder [eiser]” zodanig is gefrustreerd dat een onwerkbare situatie is ontstaan. Uit niets blijkt dat [eiser] in zijn communicatie met OCS in een andere hoedanigheid handelde dan als bestuurder van Small Bite. Nu sprake is van handelen van [eiser] bij zijn taakvervulling
als bestuurder van Small Bite, dient de vraag of hij persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die OCS ten gevolge van de wanprestatie van Small Bite heeft geleden, overeenkomstig de verzwaarde maatstaf van een ernstig verwijt te worden beantwoord. [35] Het hof heeft die verzwaarde maatstaf niet aangelegd indien het bij zijn oordeel is uitgegaan van een ‘gewone’ onrechtmatige daad van [eiser] .
dezelfde schadeheeft veroorzaakt als de tekortkoming van Small Bite.
4.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep
randnummer 1 van haar verweerschriftdat dit oordeel onjuist of onbegrijpelijk is, omdat op grond van de omstandigheden van dit geval uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid voortvloeit, of kan voortvloeien, dat op [eiser] de verbintenis rust om zich terzake van de gehele overeenkomst te onthouden van gedragingen die de samenwerking tussen partijen onmogelijk maken.
anders dan de rechtbank” in de eerste zin van rov. 49. blijkt dat het hof niet is meegegaan met het oordeel van de rechtbank dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid meebrengt dat op zowel [eiser] als Small Bite een inspanningsverplichting rustte om van de overeengekomen samenwerking een succes te maken (rov. 4.17.-4.21. van het vonnis van 17 april 2019). Dit oordeel van het hof is sterk verweven met waarderingen van feitelijke aard en kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Mijns inziens is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk, mede in het licht van het feit dat [eiser] de samenwerkingsovereenkomst slechts heeft ondertekend in verband met artikel 1.1 daarvan (randnummer 1.4 hiervoor). Partijen hebben er dus bewust voor gekozen om [eiser] niet aan de gehele overeenkomst te binden en zij hebben er ook voor gekozen om géén expliciete inspanningsverplichting op [eiser] te laten rusten om van de overeengekomen samenwerking een succes te maken. Daarbij komt dat het aannemen van een op de redelijkheid en billijkheid gestoelde inspanningsverplichting voor bestuurder [eiser] in dit geval in wezen erop neerkomt dat daarmee de verzwaarde maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid ( [eiser] moet persoonlijk een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt, randnummer 3.11 hiervoor) wordt ‘omzeild’. Ook om deze reden is het niet onbegrijpelijk dat het hof geen op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde inspanningsverplichting van [eiser] heeft aangenomen.
randnummer 2 van haar verweerschriftdat het hof op grond van art. 25 Rv Pro de rechtsgronden had moeten aanvullen, voor het geval het van oordeel was dat OCS zich onvoldoende duidelijk op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid heeft beroepen.