ECLI:NL:PHR:2022:438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onbegrijpelijke afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek in witwaszaak bitcoins
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en handelen in strijd met de Opiumwet, met een gevangenisstraf van 43 maanden. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring mede op processen-verbaal van 6 en 17 augustus 2020, waarin onderzoek naar bitcointransacties en herkomst werd beschreven.
De verdediging had een voorwaardelijk getuigenverzoek ingediend om de opstellers van deze processen-verbaal te horen, omdat zij de conclusies betwistten. Het hof wees dit verzoek af met het argument dat de processen-verbaal niet tot het bewijs werden gebruikt, waardoor het horen van de getuigen niet noodzakelijk was.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelt echter vast dat het hof deze processen-verbaal wel degelijk voor het bewijs heeft gebruikt, waardoor de afwijzing van het getuigenverzoek onbegrijpelijk is. Dit leidt tot vernietiging van het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft, met terugwijzing voor hernieuwde behandeling.
De zaak betreft witwassen van ruim 11 miljoen euro aan bitcoins, waarbij de verdachte als bitcoinexchanger fungeerde zonder klantenadministratie en met hoge commissies. Het hof achtte bewezen dat de bitcoins van criminele herkomst waren en dat de verdachte daarvan op de hoogte was. De verdediging kon dit niet overtuigend weerleggen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en ziet geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onbegrijpelijke afwijzing van het voorwaardelijk getuigenverzoek.