ECLI:NL:PHR:2022:273
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen afwijzing aanhoudingsverzoek in ontnemingszaak
De betrokkene werd door het hof 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de ontnemingsmaatregel. Het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouw, gedaan tijdens de behandeling van de samenhangende straf- en ontnemingszaak, werd door het hof afgewezen omdat het niet aannemelijk was dat de betrokkene zich in het buitenland zou bevinden.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het cassatiemiddel, dat een motiveringsklacht bevat over de afwijzing van het aanhoudingsverzoek, faalt wegens gebrek aan belang. Dit oordeel is gebaseerd op de inhoud van een gelijktijdige conclusie in de samenhangende strafzaak, waarbij hetzelfde aanhoudingsverzoek en dezelfde motivering aan de orde waren.
De Hoge Raad vond geen gronden voor vernietiging van het bestreden arrest en verwierp het cassatieberoep. Het beoordelingskader voor aanhoudingsverzoeken, zoals uiteengezet in de samenhangende strafzaak, is ook van toepassing op ontnemingszaken.
Deze uitspraak bevestigt dat een aanhoudingsverzoek niet wordt gehonoreerd zonder voldoende aannemelijkheid van het verblijf in het buitenland en dat gebrek aan belang tot afwijzing van het cassatieberoep kan leiden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang en onvoldoende aannemelijkheid van verblijf in het buitenland.