Conclusie
Nummer20/00122
Inleiding
Het eerste, het tweede en het derde middel
Het derde middel klaagt over de bewijsvoering van het onder 2 bewezenverklaarde en houdt in dat daaruit niet blijkt dat de verdachte (al dan niet tezamen en in vereniging met anderen) het (gehele) bedrag van € 43.780,46 heeft weggenomen. De steller van het middel heeft de drie middelen van één toelichting voorzien. De drie middelen hebben betrekking op de bewijsvoering van twee met elkaar samenhangende feiten en kunnen daarom samen worden besproken, zoals de steller van het middel zelf in de toelichting aangeeft en blijkt uit de gezamenlijke toelichting.
Op 5 augustus 2013 is een bedrag van in totaal € 15.898,29, toebehorende aan [betrokkene 1] van zijn bankrekening weggenomen door middel van internetbankieren. Op 5 augustus 2013 is een bedrag van in totaal € 43.780,46, toebehorende aan de Vereniging van Eigenaren [A] te [plaats] zonder toestemming van haar bankrekening afgeschreven.
ik begrijp: € 16.666,56, welk bedrag vanaf de rekening van de VvE is overgemaakt naar de rekening van de verdachte, D.P.] wettig en overtuigend kan worden bewezen. Bij het onder 1 ten laste gelegde gaat het echter om een geldbedrag van € 15.898,29, dat is opgebouwd uit een geldbedrag van in totaal € 8.000,-- dat op 5 augustus 2013, nadat geld van de VvE naar de bankrekening van [betrokkene 1] was overgemaakt, in contanten van de bankrekening van [betrokkene 1] is opgenomen en een geldbedrag van € 7.898,29 dat op diezelfde datum vanaf de bankrekening van [betrokkene 1] is overgemaakt naar de bankrekening van medeverdachte [betrokkene 2].
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Art. 311, eerste lid, aanhef en onder 5 (oud) Sr:
[…]
5° diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels”.
in civilibus” al een schadevergoeding voor een bedrag van € 43.780,46 is toegekend en daaruit blijkt dat het geld aan de VvE toebehoort en niet aan [betrokkene 1]. Voor zover ik de steller van het middel goed begrijp, berust wat hij hier naar voren brengt op een verkeerde lezing van de beslissingen die het hof heeft genomen over de vorderingen van zowel [betrokkene 1] als de VvE als benadeelde partij.
Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]
Vordering van de benadeelde partij V.V.E. [A]
Het vierde middel
Met betrekking tot de wetenschap van verdachte overweegt het hof dat [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij onder dwang van [betrokkene 6] (
hof: [betrokkene 6] dus) spullen moest bestellen. Hij moest van [betrokkene 6] op rekening kopen op naam van [C]. Ze zochten daarvoor naar eenmanszaken die er wel in zouden stinken. [verdachte] (
hof: verdachte) zocht online bedrijven op waar dat makkelijk bij zou lukken. Dat deed hij vanaf de [c-straat 1] te Apeldoorn. Het was de taak van [betrokkene 5] om op te lichten. Hij kreeg daartoe opdrachten van zowel [medeverdachte 1] als [betrokkene 6], aldus [betrokkene 5]. De verklaring van [betrokkene 5] vindt bevestiging in de verklaring van [betrokkene 7]. [betrokkene 7] heeft namelijk verklaard dat [betrokkene 5] op aandringen van [medeverdachte 1] en [betrokkene 6] als een gek is gaan bestellen op naam van [C]. De goederen gingen naar [betrokkene 6]. [betrokkene 6] was de baas van het hele gebeuren.
ik lees: 6, D.P.] tenlastegelegde feit). Vanwege de identieke modus operandi en de telkens daarbij betrokken personen worden de ten aanzien van de feiten 3 en 4 [
ik lees: 4 en 6, D.P.]gebezigde bewijsmiddelen niet alleen afzonderlijk per feit maar ook over en weer tot bewijs gebruikt.
Het hof acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachten om [B] te bewegen tot voornoemde afgifte door gebruik te maken van een valse naam, listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels.”
Ten aanzien van feiten 4 en 6
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte van Districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, proces-verbaalnummer 159, Documentcode 150128.1545.7eZAK, d.d. 28 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 8], inspecteur van politie en [verbalisant 9], hoofdagent van politie (pagina’s 3074 tot en met 3078 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Het vijfde middel
hof: verdachte) was daar ook bij. [verdachte] (
hof: verdachte) zat achter internet en die [verdachte] zocht bedrijven op waar dat makkelijk ging, ik moest dan bellen. (....) Ze zochten naar eenmansbedrijven die er wel in zouden stinken. [medeverdachte 1]. [verdachte], [betrokkene 10], [betrokkene 6], [betrokkene 15] en [betrokkene 14] hebben gezegd ‘Die [betrokkene 11] heeft ons bij de politie genoemd,- nu gaat hij ervoor bloeden’. (...) Ze hebben mij onder dwang laten bellen en ik heb mij moeten uitgeven als [betrokkene 11]. Ik zei ‘U spreekt met [betrokkene 11] van [C] uit Apeldoorn en ik wil graag hout bestellen’. Nou dat kon als ik een afschrift van de Kamer van Koophandel meenam.
Het zesde middel
- oplichting (artikel 326 Sr Pro) en
Ten aanzien van feit 9
A: Ja hoor, de generaal is [betrokkene 6] en net daaronder zit [medeverdachte 1]. Als [verdachte] bij [medeverdachte 1] is, kun je hem zien als een soort officier, maar zonder [medeverdachte 1] is [verdachte] ook alleen maar een uitvoerder. (...) [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn onderaan de ladder, de loopjongens. (...)
Ten aanzien van feit 9
ik lees: de verdachte, DP] zich in de invloedssfeer bevond van [betrokkene 6] en [medeverdachte 1] en min of meer een ondergeschikte rol had binnen de organisatie. Hij wordt door verschillende medeverdachten en getuigen dan ook de ‘loopjongen’ en ‘uitvoerder’ genoemd. Zo heeft [betrokkene 7] over de samenstelling van de organisatie verklaard dat [betrokkene 6] de generaal is, net daaronder zit [medeverdachte 1]. Als [verdachte] bij [medeverdachte 1] is, kan hij worden gezien als een soort officier, maar zonder [medeverdachte 1] is [verdachte] ook alleen maar een uitvoerder. [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn de loopjongens. Verdachte had voorts tezamen met [medeverdachte 1] een iets grotere rol in de organisatie van de mensenhandel. [betrokkene 5] heeft hierover verklaard dat [medeverdachte 1] samen met [verdachte] ‘het prostitutiegebeuren’ deed. Het hof plaats hierbij de kanttekening dat het uiteindelijk [medeverdachte 1] was die bepaalde wat er gebeurde en op welke manier.