“1. Een proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL1500-2014208855-8, d.d. 4 september 2014, van de politie eenheid Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 69 en 70 van het Algemeen dossier):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op woensdag 3 september 2014 omstreeks 22.30 uur hoorden wij, verbalisanten dat er een melding via de Centrale Meldkamer van eenheid Den Haag binnenkwam. Wij hoorden de wachtcommandant roepen dat er geschoten was in Leidschendam.
Wij, verbalisanten, hoorden dat de wachtcommandant van ons de opdracht gaf om naar het slachtoffer te gaan.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , liep gelijk naar het slachtoffer. Wij, verbalisanten, zijn bij de man gaan zitten. Wij, verbalisanten, hoorden de man zeggen dat hij neergeschoten was en dat hij dood ging.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , vroeg aan [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) wat er was gebeurd. Wij, verbalisanten, hoorden dat hij zei dat hij ontvoerd was uit Leiden.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , vroeg aan [slachtoffer] hoeveel mensen er in de auto zaten. Wij, verbalisanten, zagen dat hij met zijn linkerhand twee vingers opstak.
Aan het politiebureau hoorden wij, verbalisanten, dat het slachtoffer [slachtoffer] heette.
2. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2020 verklaard - zakelijk weergegeven -:
Op 3 september 2014 zaten [medeverdachte] en ik samen in de auto en toen kwamen we [slachtoffer] tegen. Ik en [slachtoffer] kennen elkaar heel goed en wij zijn gestopt. [slachtoffer] is toen in mijn auto gestapt om te praten over het kopen van drugs.
Dan gaan we naar woensdag 3 september 2014
[medeverdachte] stond voor de deur. Ik pakte de sleutels van mijn auto en we gingen naar de kelder. We stappen in en we gingen richting Leiden.
We gingen naar [plaats] . Dat is waar [slachtoffer] (
het hof begrijpt: [slachtoffer]) woont. Dat is bij zijn huis. Ik zocht hem. Ik wilde hem hebben. Dat was voor handel. Ik ontmoette [slachtoffer] op de weg. [slachtoffer] was met de auto. [slachtoffer] ging bij mij voorin zitten en [medeverdachte] achter [slachtoffer] . We gingen rijden. [slachtoffer] had ongeveer 20 minuten, want hij moest daarna zijn vrouw ophalen bij Schiphol.
4. Een proces-verbaal van verhoor getuige met proces-verbaalnummer 2014208855-362, d.d. 27 november 2014, van de politie eenheid Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 991 e.v. van het Algemeen dossier):
als de op 27 november 2014 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
V: Je bent op vakantie geweest en je zou die avond van het incident landen op Schiphol. Hoe zou jij naar huis gaan?
H: Ik had [slachtoffer] gesproken die middag. Ik had drie uur vertraging. Ik zou om half zeven landen en toen vertelde ik hem dat ik vertraging had en hij zou mij ophalen. Hij zou maar daar niet laten wachten. Dat zou hij nooit doen. Hij zou nooit zijn kinderen laten wachten. Toen ik landde heb ik hem geappt.
5. Een proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer 2014208855-406, d.d. 18 december 2014, van de politie eenheid Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1004 e.v. van het Algemeen dossier):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Uit dit onderzoek bleek dat de vrouw van [slachtoffer] op 3 september 2014 terugkeerde naar Nederland en door [slachtoffer] opgehaald zouden worden vanaf Schiphol. Voorafgaand aan haar terugkeer en het ophalen hadden [slachtoffer] en [betrokkene 1] chatgesprekken via Whatsapp. Daarbij gebruikt [betrokkene 1] het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [slachtoffer] het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .
Tel From: + [telefoonnummer 2]
Tel To: [telefoonnummer 1]
From: [slachtoffer] nieuw 2014
To: [betrokkene 1]
From WhatsApp ID: [telefoonnummer 2] @s.whatshapp.net
To WhatsApp ID: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net
Text: Wanneer jullie landen moet je me bellen dan vertrek ik. Time: 3-9-2014 15:22:01 UTC (Device)
Storage: Device
Direction: lncom
6. Een proces-verbaal Reistijd vanaf Leiden naar Leidschendam met proces-verbaalnummer 2014208855-86, d.d. 11 september 2014, van de politie eenheid Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 232 en 234 van het Algemeen dossier):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Aantreffen voertuig
Op donderdag 4 september 2014 omstreeks 21:50 uur wordt ter hoogte van de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] het voertuig van het slachtoffer, een Seat Altea voorzien van kenteken [kenteken] , aangetroffen. Het voertuig stond op de hoek van de straat geparkeerd op het trottoir.
Reistijd
Teneinde meer inzicht te krijgen in de reistijd die nodig is om vanaf de [a-straat] te [plaats] op het plaats delict te komen, heb ik een tijdsmeting gedaan.
Men doet er ongeveer 25 minuten over om van de [a-straat] te [plaats] naar de [c-straat] te Leidschendam te komen.
7. Een proces-verbaal van verhoor getuige met proces-verbaalnummer PL1500-2014208855-4, d.d. 4 september 2014, van de politie eenheid Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 83 e.v. van het algemeen dossier):
als de op 3 en 4 september 2014 afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :
Ik ben getuige geweest van een schietpartij op [b-straat] , te Leidschendam.
Op woensdag 3 september 2014, omstreeks 22:10 uur, ben ik vanaf mijn huis, […] , te Leidschendam mijn hond gaan uitlaten.
Omstreeks 22:20 uur, kwam ik uit op de [b-straat] . Ik liep toen in de richting van de [c-straat] / [d-straat] .
Ik zag op een gegeven moment een auto ter hoogte van de glasbakken op de [c-straat] . De voorzijde van de auto wees in de richting van de [d-straat] . Toen ik net de rijbaan wilde oplopen zag ik dat deze auto daadwerkelijk stil stond ter hoogte van de glasbakken.
Toen ik midden op de weg stond zag ik dat aan de linkerzijde van de auto de voorste en achterste portier openstonden. Aan de rechterzijde stond alleen het voorste portier open.
Ik zag toen ook 3 personen rennen.
Er rende 1 persoon voorop welke ongeveer 6 meter verwijderd was van de achterzijde van de auto. Daarachter volgde 2 andere personen, beide liepen nog net aan de achterzijde van deze auto.
Alle 3 de personen kwamen echt letterlijk op mij afrennen. Ik stond op dat moment nog op het midden van de weg.
Ik hoorde toen de voorste persoon schreeuwen: "doe mij niks".
Ik hoorde toen iemand roepen: "blijf staan".
Ik hoorde toen de voorste persoon weer roepen: "laat mij met rust, ik heb niets gedaan" of woorden van gelijke strekking.
Toen hij schreeuwde: "Ik heb niets gedaan", passeerde hij mij links en rende weg in de richting van de [e-straat] .”