Conclusie
Nummer21/02250
Inleiding
Het procesverloop
blijkens de aan deze akte gehechte volmacht”.
“SCHRIFTELIJKE VOLMACHT INSTELLEN HOGER BEROEP
Cliënt is van zijn stuk gebracht door zijn mogelijke niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep” en “
Cliënt werd plotseling staande gehouden vanwege een omgezette taakstraf. Op 21 december 2019 is hij vastgezet. Waarschijnlijk hebben de feestdagen ertoe bijgedragen dat cliënt niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Ik ben daar niet bij betrokken geweest. Cliënt vindt het zuur, want zijn belang als het gaat om het behoud van zijn werk en woning is groot.” Na het requisitoir van de advocaat-generaal en het door de advocaat-generaal overleggen van de vordering aan het hof, voerde de raadsman het woord tot verdediging als volgt: “
Ik vind het heel vervelend, maar ik ben daar niet bij betrokken geweest. Ik wil mijn collega niet afvallen.”
Het bestreden arrest
“Ontvankelijkheid van het hoger beroep
een (kaal/niet-ondertekend) e-mailbericht niet is aan te merken als een bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 450, derde lid, Sv;
een als bijlage bij een e-mailbericht gevoegde (en daarmee binnen de appeltermijn ingekomen) brief, die voldoet aan de eisen gesteld in HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 en naar een voor het instellen van rechtsmiddelen aangewezen e-mailadres is gestuurd, wel geldt als bijzondere volmacht;
indien de schriftelijke volmacht van de advocaat niet door deze zelf maar door een ander, zoals de secretaresse van de raadsman, is ondertekend, het verzuim van de raadsman zelf te ondertekenen voor gedekt kan worden gehouden ingeval verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigd raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en deze aldaar - zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.