Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
toestemming(cursivering van mij, AEH) kreeg om in de tuin een sigaret te roken, maar alleen in het gezelschap van de verdachte;
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer in maart 2018. Het hof baseerde de bewezenverklaring onder meer op het slachtofferverklaring, getuigenverklaring van een buschauffeur en het feit dat het slachtoffer werd meegenomen naar de woning en de deuren op slot waren.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van wederrechtelijke vrijheidsberoving, omdat niet vaststond dat het meenemen naar de woning onvrijwillig was en dat de deuren daadwerkelijk op slot waren. De Hoge Raad oordeelde echter dat het begrip wederrechtelijke vrijheidsberoving niet beperkt moet worden uitgelegd en dat het niet vereist is dat er een fysieke belemmering is; ook een dreigende situatie die het slachtoffer belet te vertrekken is voldoende.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof terecht de context van een bedreigende situatie heeft meegewogen waarin het slachtoffer zich niet kon onttrekken aan seksuele handelingen en dat het feit dat het slachtoffer uiteindelijk toestemming kreeg om in de tuin te roken onder begeleiding en dat de verdachte haar achtervolgde bij haar vlucht, de bewezenverklaring ondersteunt.
Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte werd verworpen en de veroordeling voor medeplegen van verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving bleef in stand.