ECLI:NL:PHR:2021:797
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen in zaak profijtontneming medeplegen cocaïnehandel
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 15 januari 2020 vastgesteld dat de verdachte een wederrechtelijk voordeel van €25.014,00 heeft verkregen uit medeplegen van handel in cocaïne en heeft hem verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak, maar heeft geen schriftuur met cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend op het adres waar de verdachte destijds stond ingeschreven.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering niet is nageleefd.
De zaak hangt samen met andere zaken tegen medeverdachten, maar dit cassatieberoep wordt afzonderlijk behandeld en afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.