ECLI:NL:PHR:2021:555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overschrijding termijn
In deze zaak heeft het gerechtshof te ’s-Gravenhage bij arrest van 16 maart 2009 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar wegens diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen. De verdachte werd bij verstek veroordeeld omdat hij niet was verschenen bij de behandeling van het hoger beroep.
Het cassatieberoep werd pas op 26 juni 2020 ingesteld, terwijl uit stukken blijkt dat het arrest van het hof op 25 juli 2013 in persoon aan de verdachte is betekend. Volgens artikel 432, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet het cassatieberoep binnen veertien dagen na betekening van het arrest worden ingesteld.
De procureur-generaal stelt vast dat de termijn voor het instellen van cassatieberoep ruimschoots is overschreden en adviseert daarom de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep. De verdachte heeft aangevoerd niet op de hoogte te zijn geweest van het arrest, maar dit verweer wordt niet geaccepteerd gezien de betekening in persoon en de bijbehorende stukken.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.