Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
(…)
(…)
Het hof oordeelt dat er ook overigens geen aanwijzingen zijn om aan de verklaring van [benadeelde] te twijfelen.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling jegens zijn echtgenote. De feiten speelden zich af tijdens een vakantie in januari 2014, waarbij de verdachte zijn echtgenote herhaaldelijk mishandelde, onder meer door haar met een handdoek om de nek te slaan en aan te trekken, waardoor zij buiten bewustzijn raakte.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de aangeefster, getuigenverklaringen, foto’s van het letsel gemaakt door de aangeefster en een GGD-arts, een letselrapportage en verklaringen van de moeder van de verdachte. De verdediging voerde aan dat de verklaring van de aangeefster onbetrouwbaar was vanwege haar psychische problemen en alternatieve scenario’s voor het letsel. De rechtbank en het hof oordeelden echter dat de verklaring van de aangeefster betrouwbaar was en voldoende werd ondersteund door het bewijsmateriaal.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd is en dat het alternatieve scenario van de verdediging niet aannemelijk is. De bewezenverklaring van poging tot doodslag is toereikend gemotiveerd, mede gelet op het feit dat de verdachte heeft verklaard dat de aangeefster enige tijd buiten bewustzijn is geweest. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot doodslag en zware mishandeling wordt bevestigd.