Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
a. een akte van hoger beroep van 29 mei 2019 waarin als adres van de verdachte is vermeld: “
[a-straat 1] , [plaats]”;
b. een schriftelijke bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 450 lid 1 onder Pro b Sv die aan die akte is gehecht waarin als adres is opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding: “
[b-straat 1] te [plaats]”. c. een akte van uitreiking die aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep is gehecht en die inhoudt dat die appeldagvaarding op 1 september 2020 tevergeefs is aangeboden op het adres [a-straat 1] te [plaats] , dat een bericht van aankomst is achtergelaten, de appeldagvaarding op de afhaallocatie niet is afgehaald en retour is gezonden naar de afzender;
d. dat de appeldagvaarding na verificatie van het BRP-adres op 10 september 2020 is uitgereikt aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan en dat een afschrift is verzonden naar het adres [a-straat 1] te [plaats] ;
d. het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep dat inhoudt dat de verdachte daar niet is verschenen en dat tegen hem verstek is verleend.