Conclusie
1.Overzicht
Vooraf
Lipjes [1] volgt dat deze regel ook toepassing kan vinden als de onderliggende prestatie niet binnen de werkingssfeer van het btw-stelsel valt. Dit arrest maakt echter niet duidelijk of de regel slechts is bedoeld voor bemiddeling in het intracommunautaire handelsverkeer, zoals het middel betoogt. Voor 2011 geldt het nieuwe artikel 6a Wet OB. Daarin is in grote lijnen dezelfde regel te vinden als in artikel 6a(3)c Wet OB (oud), maar nog slechts voor het geval dat de afnemer niet een ondernemer is in de zin van artikel 7 Wet Pro OB. Het materiële fiscale vraagstuk voor het jaar 2011 wordt in deze zaak echter pas van belang als belanghebbendes hoger beroep voor 2011 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
Lipjes. Hij merkt op dat
Sport en fiscusdat het de zaakwaarnemer kan zijn opgebroken dat hij zijn verrichtingen in het contract heeft opgeklopt om het meer te laten lijken. [7]
De intermediairsbetaling vormt voor een deel loon voor de Loonheffingen en is voor datzelfde deel niet aftrekbaar in de omzetbelasting (voor zover het gaat om Nederlandse omzetbelasting). Dit deel is hierna te noemen: belastbaar deel.
Voor wat betreft de Loonheffingen vormt het belastbaar deel (individueel) werknemersloon. Dit loon dient belast te worden bij de (individuele) Werknemer.’“
3.De plaatsbepalingsregel voor diensten van tussenpersonen
Artikel 6a Wet OB (oud) en artikel 44 Btw Pro-richtlijn (tot 2010)
In afwijking van artikel 9, lid 1, is de plaats van diensten verricht door namens en voor rekening van andere handelende tussenpersonen, indien zij bemiddelen bij andere handelingen dan die bedoeld in de leden 1 en 2 en in artikel 9, lid 2, onder e), de plaats waar de handelingen worden verricht.
Lipjesopgemerkt dat de totstandkomingsgeschiedenis van zowel de nationale wetsbepaling als de bepaling in de Zesde richtlijn, voor zover gepubliceerd, weinig zicht biedt op de reikwijdte van de plaatsbepalingsregel voor bemiddelingsdiensten. [18] Ook mij is niet bekend dat in officiële publicaties in het kader van de totstandkoming van de Btw-richtlijn iets is opgemerkt over de reden om de regel ‘gewoon’ in het hoofdstuk over de plaats van dienst op te nemen en daarmee uit de context van de overgangsregeling voor het intracommunautaire handelsverkeer te halen.
Artikel 30
Lipjes: [20]
Lipjes):
Lipjes: [21]
Lipjesniet meer beslist dan dat (i) artikel 28 ter Pro(E)3 Zesde richtlijn ook geldt als wordt bemiddeld bij een intracommunautaire handelstransactie tussen particulieren en (ii) de plaats van dienst dan is gelegen in de lidstaat waar een intracommunautaire verwerving zou hebben plaatsgevonden als de betrokkenen belastingplichtigen waren. Het HvJ heeft niet uitdrukkelijk beslist dat artikel 28 ter Pro(E)3 Zesde richtlijn niet geldt voor bemiddeling bij een andersoortige transactie. Die vraag was in die zaak ook niet gesteld. Hooguit kan het met behoorlijk wat goede wil
a contrariouit het arrest worden afgeleid (met name uit de tweede volzin van punt 5 [23] en de eerste volzin van het in het volgende onderdeel geciteerde punt 17). Dat gaat mij echter te ver.
7. Bemiddeling in Richtlijn 2006/112(…)
Lipjes.
4.Ontvankelijkheid hoger beroep 2011
in casubeweerdelijk is gebeurd, is bewijsnood het risico. Zo is het nu eenmaal, en ik zie ook niet echt in waarom dat onredelijk zou zijn.