ECLI:NL:PHR:2020:1238

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2020
Publicatiedatum
19 januari 2021
Zaaknummer
19/05642
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel

De verdachte is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeventien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk, wegens afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen. Daarnaast legde het hof een schadevergoedingsmaatregel op, waarbij vervangende hechtenis werd toegepast indien niet aan de verplichtingen werd voldaan.

De verdachte stelde cassatie in tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel terecht was voorgesteld en verwees naar een eerder arrest van de Hoge Raad waarin werd bepaald dat in plaats van vervangende hechtenis ook gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het deel van de bestreden uitspraak waarin vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, met de bepaling dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Het overige beroep wordt verworpen. De Hoge Raad heeft op basis hiervan het arrest aangepast.

Uitkomst: Het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel wordt vernietigd en vervangen door gijzeling van gelijke duur.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/05642
Zitting17 november 2020

CONCLUSIE

E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 11 december 2019 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, wegens “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft het de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in de uitspraak vermeld.
Namens de verdachte hebben mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt over de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden.
Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur wordt toegepast.
Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG