ECLI:NL:PHR:2019:86
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslagbeschikking wegens onvoldoende motivering verhaalsfrustratie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die beslag op onroerende zaken van een Hongaarse rechtspersoon, exploitant van een wellnesscentrum, ongegrond verklaarde. Het beslag was gelegd op grond van artikel 94a Sv ter bewaring van het recht op verhaal van een aan een medeaandeelhouder en bestuurder opgelegde betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen waren dat de onroerende zaken aan de klaagster waren gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning te bemoeilijken, mede omdat de medeaandeelhouder investeringen had gedaan met vermoedelijk crimineel geld en hij feitelijke zeggenschap had. De klaagster zou hiervan wetenschap hebben gehad.
De advocaat-generaal stelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd dat de klaagster wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat het doel van de investeringen verhaalsfrustratie was. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat witwassen en verhaalsfrustratie onderscheiden moeten worden en dat wetenschap van witwassen niet volstaat. De Hoge Raad wordt geadviseerd de beschikking te vernietigen vanwege dit motiveringsgebrek.
De conclusie benadrukt dat het wetenschapsvereiste zich richt op het kennelijke doel van verhaalsfrustratie en dat het ontbreken van voldoende aanwijzingen daarvoor het beslag onrechtmatig maakt. De Hoge Raad zal de zaak terugverwijzen of anderszins beslissen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering omtrent de wetenschap van verhaalsfrustratie door de klaagster.